Indrukwekkend realistisch: Koffer uit Berlijn – Kristine Groenhart

Indrukwekkend realistisch: Koffer uit Berlijn – Kristine Groenhart

Tags:

kofferberlijnNico Groenhart is in 1943 een jonge student aan de TU Delft als hij een keuze krijgt. Of hij tekent een loyaliteitsverklaring aan Nazi-Duitsland en mag door studeren, of hij tekent geen loyaliteitsverklaring en wordt naar Duitsland gestuurd om daar te werken als dwangarbeider. Ruim twee jaar verblijft hij in Berlijn.

Verschillende organisaties roepen de studenten op niet te tekenen, uit verzet. Als blijkt dat de vaders van de studenten die niet tekenen worden opgepakt, besluit Nico alsnog te tekenen, zodat zijn vader veilig is en hij zijn studie voort kan zetten. Helaas tekent hij te laat en wordt hij begin mei 1943 naar Berlijn gebracht om daar als dwangarbeider in de oorlogsindustrie te werken.

In het begin houdt hij goede moed. Hij woont met andere studenten in een barak, zelfs zijn goede vrienden Aad en Theo zijn bij hem. De jonge mannen doen hun best om goed geluimd te blijven en werken hard in de fabriek. Ook al zijn ze te werk gesteld, ze hebben redelijk wat vrijheid. Ze mogen gewoon met het thuisfront schrijven (wat dan ook veelvuldig gebeurt) en ze ontvangen regelmatig pakketten vanuit Nederland met kleding en etenswaar. Ook mogen ze na gedane arbeid Berlijn in. De jongens bezoeken theaters en musea, organiseren een feest een debatteren geregeld om hun geestelijke gezondheid op peil te houden.

Goed, af en toe wordt een bijeenkomst onderbroken door een luchtalarm en zitten ze de hele nacht in een schuilkelder, maar over het algeheel genomen is de eerste periode in Berlijn -ondanks het zware fysieke werk- goed te doen. Echter, naarmate de maanden vorderen en Berlijn steeds vaker gebombardeerd wordt, verliezen de jonge mannen hun optimisme. Als Nico en Theo worden opgepakt door de Gestapo (waarschijnlijk omdat ze een nacht in de fabriek hebben geslapen in plaats van gewerkt) wordt het leven in Berlijn echt zwaar. Ze worden opgesloten in een ‘heropvoedingskamp’ waar stoute arbeiders weer heropgevoed worden tot keurige dwangarbeiders. In dat kamp zijn geregeld vechtpartijen en de omstandigheden zijn zo slecht dat Nico ziek wordt. Uiteindelijk blijkt dit zijn redding, want de rest van zijn straf mag hij op de ziekenzaal uitzitten, waar het hem lukt om op krachten te komen.

Na zijn vrijlating kan hij niet terug naar zijn oude barak en wordt in een andere fabriek aan het werk gezet. Zonder zijn vrienden valt het leven hem zwaar, helemaal als de bombardementen toenemen en Berlijn voor zijn ogen meer en meer verwoest wordt. Ondanks de bizarre omstandigheden, lukt het hem toch nieuwe vriendschappen te sluiten. Als de Russen eindelijk Berlijn hebben bereikt, wordt het leven niet direct makkelijker. Onschuldige Duitse vrouwen worden op straat verkracht en Nico besluit hen te helpen.

Pas half augustus is Nico weer thuis bij zijn ouders. In de tussentijd heeft hij in Brussel gewerkt als repatriëringsofficier, maar hij wil niets liever dan zijn studie weer oppakken. Terug in Delft valt hem dat zwaar. Hij moet steeds weer aan de oorlog denken en de verschrikkingen die hij heeft meegemaakt. Hij besluit in de zomer dan ook weer als repatriëringsofficier aan het werk te gaan en zodoende komt hij in Praag en Wenen terecht om aldaar Nederlanders en Belgen op te sporen. Na de zomer probeert hij weer te studeren, maar het lukt hem niet. Gelukkig komt hij uiteindelijk wel goed terecht, trouwt en heeft een succesvolle internationale carrière.

Dit boek is indrukwekkend realistisch. Niet alleen omdat het goed geschreven is, maar omdat het geen fictie is. Nico Groenhart is de oom van schrijfster Kristine Groenhart. Bijna alle brieven en dagboeken van Nico uit de oorlog zijn bewaard gebleven. Na zijn dood heeft zijn vrouw alles aan Kristine gegeven en gezegd dat Nico het fijn zou vinden als zij ‘iets deed’ met deze documentatie, met dit boek als het indrukwekkende resultaat. Het voelt haast voyeuristisch om de brieven te lezen die Nico aan zijn familie stuurt, over de problemen waar hij mee worstelt en de verschrikkingen die hij meemaakt.

Wat erg bevreemdend is, is dat Nico met geen woord over de Jodenvervolging rept. Slechts eenmaal heeft hij het over de Joden, dat hij het maar lastig en verwend volk vindt. Later lees ik dan ook dat tot het begin van de jaren zestig er weinig aandacht was voor het drama dat de Joden was overkomen, wat anno nu onvoorstelbaar lijkt. Sowieso lijkt de hele situatie waarin Nico zich tijdens en na de oorlog in bevond compleet onvoorstelbaar. Toch verplaats je je tijdens het lezen in deze zeer sympathieke jongeman, dus los van de historische waarde, is het ook een ‘fijn’ boek om te lezen. Daarom krijgt ‘Koffer uit Berlijn’ vier van de maximaal vijf roze kogels.