Boekrecensie: Waarom ik geen strenge moeder ben – Iris Pronk

De volledige titel van dit boek is ‘Waarom ik geen strenge moeder ben (terwijl ik dat wel zou willen zijn)’ en het is geen zoveelste opvoedboek, waarin wordt uitgelegd wat eigenlijk alle ouders al weten. Nee is nee, stel grenzen enzovoort. Iris Pronk kent deze ijzeren opvoedregels natuurlijk, maar waarom is het dan zo vaak een chaos bij haar thuis?

Onlangs was er een bizarre discussie in Pauw en Witteman; Nederlandse ouders moeten beter gaan opvoeden. Nederlandse kinderen (zowel autochtoon als allochtoon) zijn compleet losgeslagen, vinden zinloos geweld normaal en zijn een stel lafhartige wezentjes die overstuur raken als ze hun zin niet krijgen. De gasten waren het eensgezind met elkaar eens; we moeten beter opvoeden met zijn allen.

Opeens was de hele nature versus nurture discussie vergeten en leek opvoeden de heilige graal. Gelukkig is Iris Pronk in haar boek een stuk genuanceerder. Natuurlijk is opvoeden ontzettend belangrijk, maar kinderen hebben nu eenmaal een eigen karakter. Er bestaat geen enkele opvoedmethode die elk kind gegarandeerd omtovert in een beleefde en respectvolle volwassene, die uniek is en gevoel voor humor heeft.

Toen Pronk nog geen kinderen had, nam ze zichzelf voor om een strenge moeder te worden. Als kinderen kregen zij en haar broer amper grenzen opgelegd, terwijl een kind dit wel nodig heeft. Dus nam ze zich voor om het ouderschap compleet anders aan te pakken dan haar eigen ouders, een wens die haast iedere (aanstaande) vader of moeder uitspreekt.

Nu Pronk twee kinderen heeft, komt er van haar voornemens weinig tot niets terecht. Ze is een toegeeflijke moeder. Een ‘nee’ verandert in huize Pronk al snel in een ‘vooruit dan maar’. En haar dochters benutten deze ruimte uiteraard optimaal.

Maar hoe komt het dat Pronk geen strenge moeder is? En dat zoveel andere vaders en moeders worstelen met de opvoeding?

Dit boek is een behoorlijk complete verkenning naar deze waarom-vraag. Het voor de hand liggende antwoord is natuurlijk dat het aan Pronk zelf ligt, dat het blijkbaar niet in haar aard zit om streng te zijn. Dit klopt. Maar er is meer aan de hand. Zo zijn Nederlandse ouders over het algemeen veel minder streng dan andere Europese ouders.

Vlaamse kinderen spreken dezelfde taal, we wonen vlak naast elkaar en toch hebben deze kinderen veel meer respect voor het gezag. Op school lopen ze keurig op een rijtje de klas in, en als ze de juf of meester nodig hebben, steken ze hun vinger op en wachten beleefd tot deze tijd heeft. Dat Nederlandse leerkrachten met de voornaam aangesproken worden (‘euj joh Henk, ik snap geen snars van deze sommen!) is een schrikbeeld voor de keurige en beleefde Belgen.

In Frankrijk gaan kinderen mee uit eten. Ze rennen geen rondjes, gooien niet met hun stokbrood, maar blijven keurig aan tafel zitten. Ik denk dat iedereen wel eens Nederlandse kinderen in een restaurant heeft gezien, en dat is een schrikbeeld. Hoe komt het dan dat die Franse kindjes zo keurig kunnen wachten?

Verwennen wij onze kinderen echt te veel en zijn we te slap? Moet Iris Pronk een strengere ouder worden, en met haar alle andere ouders in Nederland?

Ja en nee.

Onze kinderen zijn vrolijk en vrij, en behoren volgens onderzoeken tot de gelukkigste ter wereld. Waar in andere landen ‘respect’ en ‘discipline’ belangrijke opvoeddoelen zijn, willen wij vooral dat onze kinderen gelukkig zijn en de ruimte hebben om zichzelf te ontplooien.

Pronk interviewt veel deskundigen en andere ouders. Daarnaast – en dat maakt dit boek zo leuk – spaart ze ook zichzelf en haar eigen gezin niet. ‘Waarom ik geen strenge moeder ben’ is verplicht leesvoer voor elke ouder en interessant voor (gewenst) kinderlozen, want het geeft een aardig kijkje in de ontwikkeling van Nederlandse kinderen van de jaren ’70 tot nu.

‘Waarom ik geen strenge moeder ben’ krijgt drie van de vijf roze kogels. Lekker leesvoer!