Het is crisis. Al jaren. Iedere Nederlander moet de broekriem aantrekken, en na het zuur komt het zoet. Als je de media moet geloven, zijn het ellendige tijden. Maar niets is minder waar. Nederland is nog altijd een welvarend land, en wij horen bij de gelukkigste mensen op aarde. In dit alleraardigste boekje schrijft Vloemans over geld, groei en geluk in tijden van crisis.
Alles went, ook geluk
Want ook al zijn wij Nederlanders pessimistisch ingesteld, we hebben het toch behoorlijk goed, ondanks alles. In zijn boek legt Pepijn Vloemans heel duidelijk uit waarom dit zo is; om een fractie gelukkiger te worden, moet ons inkomen verdubbelen. En dat geluk is helaas zelden langdurig, want alles went.
De dromen en beloftes van bezit
Vloemans legt dit uit met een aantal heel simpele voorbeelden en daardoor begrijp je direct wat consumentisme drijft. Niet het bezitten van spullen maakt ons gelukkig, maar het dromen over het bezit en de belofte die aan het bezit kleeft.
Zo spaarde hij als klein jongetje een jaar lang al zijn geld om zijn liefste wens te kunnen kopen: een duur horloge met een hoogtemeter. Toen hij eindelijk zijn felbegeerde horloge kon kopen, was hij dolgelukkig. Maar dat geluk slijt, al snel was het horloge niet bijzonder meer en niet heel veel later was het eigenlijk maar een groot en kinderachtig ding.
Ontsnappen uit het alledaagse
Deze stadia van geluk in relatie tot bezit, maken we allemaal mee. We dromen over die ene auto, dat mooie jurkje of een nieuwe keuken. Niet zozeer vanwege het bezit, maar vanwege de belofte.
Het horloge met hoogtemeter van de jonge Vloemans beloofde avonturen. Want het is een horloge dat avonturiers en bergbeklimmers gebruiken, mensen met een veel minder ‘saai’ leven dan hij. Maar als je slechts een horloge koopt, zonder ermee op avontuur te gaan, blijft je alledaagse leventje alledaags.
Dat ene nieuwe jurkje belooft je zelfvertrouwen een boost te geven, bij je nieuwe keuken droom je weg over alle gezellige etentjes die je gaat organiseren en de fantastische gerechten die je zal klaarmaken, en die nieuwe auto zal je rijplezier vergroten en mensen vol bewondering naar je doen wijzen.
Maar uiteindelijk komt het jurkje terecht bij een nichtje, bereid je in je nieuwe keuken instant noodles en sta je met je nieuwe auto in dezelfde klotefile als altijd, en heeft je nieuwe aanschaf maar voor een heel kortdurende ontsnapping van het alledaagse gezorgd.
We consumeren meer dan de wereld aankan
En ondertussen consumeren we meer dan de wereld aankan, terwijl we er niet veel gelukkiger van worden.
Gelukkig is Survivalgids voor het consumptieparadijs geen oproep om dan maar te stoppen met consumeren. Want ook daar worden we niet gelukkiger van, en uiteindelijk is er niets mis met consumeren.
Wat wel mis gaat, is de manier waarop we produceren. Per inwoner is er wereldwijd 1,8 hectare beschikbaar voor hun ecologische voetafdruk. De ecologische voetafdruk van de gemiddelde Nederlander is 6,3 hectare. We produceren en consumeren meer dan dat de wereld aankan.
En natuurlijk is het slim om zonnepanelen aan te schaffen, je afval te scheiden en de verwarming één graad lager te zetten, maar dit lost het probleem niet helemaal op.
De oplossing
Wat het probleem wel oplost, is een andere manier van produceren. Politiek en het bedrijfsleven moeten daar de drijvende kracht achter zijn. Dat verandering mogelijk is, illustreert Vloemans met het cfk-voorbeeld. Door het vele gebruik van schadelijke cfk’s, ontstond er een gat in de ozonlaag. In 1987 besloten politieke leiders in tal van landen, cfk’s voorgoed te verbieden.
Aanvankelijk klaagde de industrie, want er waren echt geen alternatieven voor cfk’s. Een bedrijf zag in dat weerstand geen zin had, en ging op zoek naar een alternatief, en uiteraard bleek dat wel te bestaan. Het gevolg? Het gat in de ozonlaag is een stuk kleiner en veel producten worden milieuvriendelijker geproduceerd.
Zetje in de goede richting
Survivalgids voor het consumptieparadijs is natuurlijk niet echt een wereldschokkend boek, we weten allemaal dat de aarde langzaam kapot gaat. Maar door alle feiten en cijfers op een rij te zetten, geeft Vloemans ons een duwtje in de goede richting.
Je hoeft echt niet elke dag zelfgekweekte zemelen te eten en zelfgebreide sokken te dragen om de wereld beter te maken. Wat de wereld wel beter maakt is stilstaan bij je eigen consumptie en overheden en het bedrijfsleven dwingen anders te gaan produceren.
Beoordeling
Survivalgids voor het consumptieparadijs krijgt vier van de vijf kogels. In vogelvlucht stipt Pepijn Vloemans alle grote (sociaal)economische problemen aan, zonder al te pessimistisch te zijn. Een aanrader juist voor mensen die zich niet zo bezig houden met dat hele ‘milieu en economie gedoetje’.
Wil jij dit boek lezen? Via deze link kun je Survivalgids voor het consumptieparadijs van Pepijn Vloemans bij Bol.com bestellen.

