Ionica Smeets en Bas Haring zijn beiden wetenschappers en dol op wetenschap. Toch ervaren ook zij dat wetenschap soms ingewikkeld en moeilijk te doorgronden lijkt. Daarom hebben ze een bloemlezing samengesteld, met duidelijke verhalen, die ineens het kwartje doen vallen.
Ionica Smeets is gepromoveerd in de wiskunde en is bekend van haar artikelen voor de Volkskrant en het inmiddels gestopte weblog Wiskundemeisjes.nl.
Bas Haring noemt zichzelf ‘volksfilosoof’ en promoveerde in de Kunstmatige Intelligentie en bekleedt momenteel de Leidse leerstoel ‘Publiek begrip van wetenschap’. Daarnaast schrijft hij ook nog enorm toegankelijke columns en boeken.
Kortom, twee wetenschappers met enorm veel ervaring in het schrijven voor en uitleggen aan leken, maken een bloemlezing vol met vallende kwartjes. Dat moet dan haast toch een geweldig boek zijn geworden? Ja en nee.
Ja.
Omdat het een bloemlezing is, doen Smeets en Haring niet veel meer dan de stukken inleiden. Gelukkig zijn deze inleidingen enorm prettig geschreven, waardoor exact duidelijk is uit wat voor soort stukken het hoofdstuk bestaat. Ze hebben gekozen op een onderverdeling op vorm, dus het eerste hoofdstuk bestaat uit louter analogieën, de tweede uit grappige verhalen, de derde uit gedachte-experimenten enzovoort.
De verhalen die ze hebben geselecteerd voor hun bloemlezing, bestaan ook echt uit louter vallende kwartjes. Mijn helden Bill Bryson en Richard Dawkins worden uiteraard ook geciteerd in dit boek, want in een boek over heldere wetenschap mogen zij absoluut niet ontbreken. Los van deze twee helden worden nog meer wetenschappers en wetenschapsjournalisten aangehaald, dus het is een enorm brede bloemlezing.
Nee.
Het is een enorm brede bloemlezing, wat het boek voor mij ongeschikt maakt om het van kaft tot kaft te lezen. Omdat de stukken zijn gerangschikt op vorm en niet op inhoud, vlieg je van het ene onderwerp naar het andere. Zo lees en leer je eerst iets korts over de constante van Hubble, dan iets over relativiteit, vervolgens een grappig stukje over uranium uit The Daily Show van Jon Stewart en je sluit af met een stukje over imaginaire getallen waaruit blijkt hoe gek en grillig de wetenschap is.
Een bloemlezing is het sterkst als deze juist erg breed is. Dus wat dat betreft is ‘vallende kwartjes’ een enorm sterke bundel. Maar omdat er zó veel informatie zo fragmentarisch wordt gepresenteerd, weet je van voor niet meer wat je van achter hebt gelezen en wat er nu precies zo grappig is aan de constante van Hubble.
Kortom, ‘vallende kwartjes’ is een fijn en goedgeschreven boek. Van te veel vallende kwartjes krijg je echter hoofdpijn. Mijn advies is dan ook om dit boek te kopen en af en toe een stuk te lezen, in plaats van hem als een roman van kaft tot kaft te willen lezen.
De laatste waarschuwing in acht nemend, krijgt ‘vallende kwartjes’ vier van de vijf roze kogels.

