Lotte is smoorverliefd op haar buurjongen Jurriaan. Hij is een veelbelovende muzikant en iedereen weet zeker dat hem een gouden toekomst wacht. Helaas heeft het leven andere plannen in petto en eindigt Jurriaan berooid in Thailand. Decennia later besluit Lotte hem op te zoeken.
Lotte en Jettie zijn niet alleen buurmeisjes, maar ook dikke vriendinnen. Zo dik dat Lotte de deur bij de familie Houtkoper plat loopt, tot grote ergernis van meneer Houtkoper. Maar Lotte is niet erg onder de indruk van het norse gebrabbel van de vader van haar beste vriendin, helemaal als ze op haar elfde realiseert dat ze voor het eerst verliefd is. Op Jurriaan. En hij is al achttien én de broer van Jettie.
Een onmogelijke puberliefde en allicht daarom heeft het zo’n indruk op Lotte gemaakt. Niet veel later verliest ze Jurriaan uit het oog. Hij moet in dienst en vertrekt naar het buitenland. Lotte gaat verder met haar leven en pas decennia later besluit ze hem op te zoeken. Jettie en Jurriaan hebben dan al jaren geen contact meer – ruzie om de erfenis, dus het enige wat Lotte weet, is dat hij met een Thaise samenwoont en altijd om geld verlegen zit.
In Thailand en Cambodja heeft Jurriaan verschillende ‘gezinnen’, die rekenen op zijn financiële steun. Ze noemen hem liefkozend ‘Papa Jaan’ en kleden hem uit waar hij bij staat. Hij weet het ook wel, maar toch kan hij niet zomaar bij ze weglopen. Hij weet dat hij niet lang meer heeft en zijn families geven hem wel veel warmte en liefde.
Elk jaar met de feestdagen zoekt Lotte Jurriaan op en ze kan niets anders doen dan lijdzaam toekijken hoe hij zichzelf in de vernieling helpt en zich laat misbruiken door zijn ‘familie’ en ‘vrienden’.
Het lijkt een heftig onderwerp voor een roman; schrijven hoe een veelbelovende jongeman eindigt als ‘never-was’ in een tropisch land. Jurriaan is niet alleen zwaarlijvig, maar ook zwaarmoedig. Lisette Lewin wisselt het heden af met het verleden, waardoor langzaamaan duidelijk wordt hoe Jurriaan van Grote Belofte afgleed tot een bittere man die met zijn echte familie ruziet over een erfenis, terwijl zijn Thaise familie grof misbruik van hem maakt.
Toch is Bach onder de palmen geenszins zware kost. Lewin schrijft beeldend en lichtvoetig. De herinneringen van Lotte aan haar jeugd zijn heerlijk om te lezen, net als de veelbewogen familiegeschiedenis van Jurriaan en Jettie.
Zelfs de passages die zich onder de palmen afspelen, hebben iets dromerigs, terwijl ze toch echt een harde realiteit beschrijft. Hoewel je als lezer veel leert over Jurriaan, blijft hij enigmatisch; niet alleen voor ons, maar ook voor Lotte. Zij kan wel met hem praten, maar zijn bloedeigen zus niet.
Dit stoort niet, want zo ís Jurriaan. Irritant, grappig en geweldig tegelijk. Het ene moment heb je de neiging om tegen de pagina’s te schreeuwen, het andere moment aai je vertederd over de kaft van het boek. En dan opeens komt het verhaal in een bizarre stroomversnelling en is het boek uit.
Bach onder de palmen krijgt vier van de vijf roze kogels en is een verrijking voor de Nederlandse literatuur. Ik heb werkelijk waar genoten!

