Het lot van een werkende moeder

Het leek me vreselijk onhandig om een werkende moeder te zijn: om vijf uur weg moeten rennen uit een vergadering om op tijd bij het kinderdagverblijf te zijn, plotseling naar huis moeten omdat je kind ziek is en opgehaald moet worden, de lastige collega zijn die nooit kan vergaderen op haar mamadag.

Ik ben nu een jaar lang werkende moeder. Alles waar ik tegenop zag bleek wel mee te vallen.

Eén keer zat ik op hete kolen bij een lezing die uitliep. Toen ik om twintig over vijf mijn spullen pakte, vond ik het vervelend dat ik niet aan het gangpad zat – een leermoment. Ook stond ik een keer op mijn voeten te wiebelen tijdens een speech voor een collega die met pensioen ging. Dan kun je echt niet weglopen. Maar toen ik meteen na afloop vertrok, was ik nog net op tijd bij het kinderdagverblijf.

Een andere keer had ik een vergadering aan het einde van de middag waarin ik aankondigde dat ik om kwart over vijf weg moest. Daarop reageerde een andere aanwezige met: “O, maar ik moet om vijf uur weg”, en nog een ander: “en ik om kwart voor vijf. Laten we dus maar snel beginnen.” Ik was toen zo vroeg thuis dat ik mijn actiepunten nog kon doen voordat ik J. ging ophalen.

Het hele jaar is het niet voorgekomen dat J. ziek opgehaald moest worden, of dat hij ziek was waardoor ik thuis moest blijven. Oké, hij was aan de lopende band verkouden en ik daardoor ook maar die ene keer dat hij oorontsteking had was in het Pinksterweekend. Kinderen zijn wat dat betreft net mensen: sommige pikken alle virussen mee maar de meeste zijn hooguit een paar keer per jaar verkouden.

Mijn werkdagen zijn korter geworden: acht in plaats van negen uur. Maar ik verzet nog even veel werk. Hoe dat kan? Sneller werken, efficiënter werken, minder afleiding zoeken. Daar schreef ik al eerder over.

Op mijn mamadag besteed ik tijd met J. Dat was even wennen. Toen hij nog een kleine baby was die veel sliep, bracht ik aardig wat tijd achter de computer door (tijdens mijn zwangerschapsverlof zat ik regelmatig te voeden achter de laptop). Maar J. kreeg al snel door dat de computer een heel interessant ding was. Tegenwoordig is het zelfs zo dat als hij een laptop ziet liggen, hij meteen wijst en “mba?” vraagt. De boodschap: hij wil een filmpje zien (mba = Bumba).

Dus de laptops liggen nu verstopt in een la. Als J. slaapt, kruip ik achter mijn laptop om te werken aan mijn hobby en te hobbyen aan mijn werk. Als hij weer wakker wordt, ga ik met hem op pad. Of we spelen met de duplo of lezen een boekje. En nog een boekje, en nog een boekje. Of ik kijk toe hoe hij alle boekjes op de grond gooit. Of hij kijkt toe hoe ik de was doe of de vaatwasser uit ruim. Of ik stofzuig het huis terwijl hij de stofzuiger aan en uit zet – één van zijn favoriete bezigheden.

Op vrijdag zie ik de mailachterstand die ik op donderdag heb opgelopen. Heel soms blijk ik dan nog 8 pagina’s tekst te moeten lezen voor een vergadering die om 9 uur begint. Het lot van een werkende moeder.