Boekrecensie: Nummers die een ziel hebben – E.P. ‘Mom’ Wellenstein

Boekrecensie: Nummers die een ziel hebben – E.P. ‘Mom’ Wellenstein

Tags:

nummerszielRuim 70 jaar geleden brak de Tweede Wereldoorlog uit. Een bijzonder goed gedocumenteerde oorlog, want er verschijnen nog altijd jaarlijks boeken over deze zwarte bladzijde in onze geschiedenis. Je zou kunnen denken dat inmiddels alle verhalen wel verteld zijn, maar niets is minder waar. Mom Wellenstein zat gevangen in Kamp Amersfoort en heeft eindelijk zijn ervaringen gepubliceerd.

In maart 1942 kwam Mom op 22-jarige leeftijd terecht in Kamp Amersfoort, omdat hij betrokken was bij het Delfts studentenverzet. Als hij naar het politiebureau moet komen, verwacht hij eigenlijk weinig problemen. De politie lijkt overtuigd te zijn van zijn onschuld, maar de Sicherheitsdienst wil het verhoor herhalen.

Mom wordt opgesloten in de gevangenis in Scheveningen en wordt na twee maanden overgeplaatst naar Kamp Amersfoort, het eerste officieuze concentratiekamp in Nederland. Het is maart 1942, en het gros van de Nederlanders heeft nog helemaal geen weet van de wreedheden die nazi’s ook op Nederlands grondgebied begaan.

Het verblijf in de gevangenis in Scheveningen was in vergelijking pure luxe, in Kamp Amersfoort draait het om overleven. Alle ‘gevangenen’ moeten loeizwaar werk verrichten en krijgen stelselmatig te weinig voedsel. Direct na zijn vrijlating schrijft Wellenstein al zijn ervaringen op, om zo correct mogelijk vast te kunnen leggen hoe het was om in zo’n kamp te moeten leven.

Natuurlijk is het schokkend om over de wreedheden te lezen, maar het meest intrigerend vond ik de uitleg van Wellenstein over ‘organiseren’. Omdat er in het kamp een chronisch tekort was aan alles, was iedereen continu druk bezig met organiseren. Niet alleen voedsel, tabak, kleding en een minder slechte plek om te slapen, maar ook betere werkomstandigheden konden georganiseerd worden.

Als je goed kon organiseren, had je een grotere kans om het kamp levend te verlaten. Maar het organiseren was aan strikte ongeschreven regels gebonden; een stuk brood van een ander wegnemen was geen organiseren, maar ordinaire diefstal.

En dat is voor mij het meest opvallende aan dit verslag; ondanks alles, ondanks dat een groep mensen van al hun basale rechten waren beroofd, bleven ze menselijk tussen de monsters. Ze smeedden vriendschappen en samenwerkingsverbonden, en hielpen elkaar.

Wellenstein mocht na zes maanden terug naar huis, waar hij direct zijn verzetswerk weer oppakte. Hij zette zijn ervaringen in kamp Amersfoort op papier om mensen op de hoogte te brengen van de verschrikkelijke zaken die daar plaatsvonden. Hij heeft het verhaal niet eerder willen publiceren, omdat hij bang was dat zijn woorden geen recht zouden doen aan de ervaring.

Want hoe omschrijf je honger, échte honger? Hoe omschrijf je de angst, de paniek, het gevoel om als een beest behandeld te worden? En hoe omschrijf je de enorme overlevingsdrang die in elk mens schuilt?

Nou, precies zoals je kunt lezen in ‘Nummers die een ziel hebben’. Een boek waardoor je je – misschien iets te – goed in kunt leven in hoe het is om in zo’n kamp te zitten. En waarom het zo verschrikkelijk belangrijk is om te voorkomen dat er ooit weer zoiets gebeurt.