Dimitri Verhulst heeft allang en breed bewezen dat hij een geweldige schrijver is. Fijn, want als je iets nieuws van zijn hand leest, weet je dat je niet teleurgesteld wordt. Wel verrassend is dat ik bij het lezen van de eerste zin al hardop moest lachen en dit nog veel vaker heb gedaan tijdens het lezen van deze briljante roman.
Désiré Cordier is vierenzeventig en zit in een tehuis. Hij is zo dement dat hij zijn vrouw en zijn twee kinderen niet meer herkent en elke nacht in zijn broek poept. Het hoort er allemaal bij. Echter verschilt Désiré op een punt van zijn medebewoners; zij zijn écht dement en Désiré doet maar alsof.
Hij herkent zijn vrouw en kinderen nog prima, weet exact welke dag het is en kan nog prima woorden achterstevoren spellen. Hij is namelijk jarenlang bibliothecaris geweest, een echte intellectueel en er is niets mis met zijn grijze massa.
Maar wat bezielt een gezonde zeventiger dan om juist datgene te faken wat zijn leeftijdsgenoten zo vrezen? Voor Désiré was het een eenvoudige keus, hij weigerde braaf te blijven doen wat de maatschappij van hem verlangt en wil eindelijk het heft in eigen handen nemen. Doen alsof hij dement is, is voor hem de rol van zijn leven. Eindelijk verlost van het gemekker van zijn vrouw Moniek, kan hij zijn leven nu zo inrichten als hij dat zelf wil. En waarom dan niet doen alsof je compleet van lotje getikt bent?
Dit is natuurlijk een briljante invalshoek voor een roman, en Verhulst heeft er echt een prachtverhaal van gemaakt. Beeldend en geestig beschrijft hij hoe Désiré steeds mallere fratsen uithaalt om zijn omgeving van het feit te overtuigen dat hij dementerende is. En wat blijkt, dementie faken is ontzettend grappig, helemaal door de schrijfstijl van Verhulst.
Maar vergis je niet, het boek is niet alleen maar lachen. Voor de familie van Désiré is het pijnlijk om afscheid te moeten nemen, en om te moeten zien hoe hij langzaam aftakelt. En als Désiré in het tehuis zijn grote jeugdliefde ziet, is het moeilijk te verteren dat zij wél echt dement is. Toch ligt de droevigheid er niet dik bovenop (het is immers geen Nicholas Sparks-roman) en is het ene hoofdstuk nog hilarischer dan het andere.
En dan kom je – veel sneller dan je wilt – bij de laatste pagina en zorgt Verhulst voor een briljant einde, waar ik haast voor wilde applaudisseren. Daar het nogal vreemd staat om alleen op de bank te zitten klappen met een boek op je schoot, heb ik het nagelaten. Wel geef ik ‘De laatkomer’ van Dimitri Verhulst vijf van de vijf roze kogels, want dit is enorm fijne literatuur. Grappig en behoorlijk intelligent.

