Nu in handige meeneemverpakking is geen boek dat je in een ruk van kaft tot kaft uitleest. Met dit boek kun je niet rustig achterover zitten, Ted van Lieshout heeft namelijk voor een bijzondere vorm gekozen, waarbij de lezer zelf het werk moet doen.
Om verwarring te voorkomen, opent Ted van Lieshout met een uitgebreid voorwoord. Hierin legt hij uit dat een boodschappenlijstje ook een verhaal kan zijn (als iemand beschuit en muisjes koopt, is het immers vrij makkelijk om te concluderen dat er een kindje is geboren), maar alle overbodige woorden zijn geschrapt. Of om Van Lieshout zelf te citeren; “In dit boek heb ik de uiterlijkheden waaraan je een tekst herkent geschrapt om te komen tot de essentie van de woorden die er staan. De lezer kan zich niet vasthouden aan de kenmerken van een boodschappenlijstje of een brief met Besteerboven, maar moet lézen om erachter te komen wat voor tekst het eigenlijk is.”
Klinkt verwarrend, is het niet. De rest van het boek bestaat uit het op het oog onherkenbare teksten. Van een hele pagina, een paar regels, of een foto. Maar als je leest, zie je heel duidelijk wat de tekst precies is. Veel brieven; mooie brieven, grappige brieven of indrukwekkende brieven. Mijn favoriete brief is die van een moeder aan haar kinderen, waarin ze uitlegt dat papa nu met ‘tante Karin’ gaat samenwonen, en dat de kinderen haar prima mama mogen noemen. Ook legt ze uit dat de kinderen tante Karin best ‘mama’ mogen noemen, als ze dat willen.
Je gunt haast elk kind zo’n scheiding toe.
Niet van alle teksten krijg je een warm gevoel. Van Lieshout laat geen onderwerp onbesproken, dus ook heftige verhalen over misbruik, gevangenisstraf en ziekte komen voorbij. (Mijn favoriet; het stuk over de verwarde patiënt in filiaal Binnenhof die zeven microfoons in de Tweede Kamer molesteerde.)
Hierdoor is Nu in handige meeneemverpakking een bundel die nogal wat vraagt van de lezer. De teksten herkennen voor wat ze zijn, is geen enkel probleem, daar hoef je alleen maar voor te lezen. Maar om echt te begrijpen waar de tekst over gaat, moet je de ene keer harder werken dan de andere keer. En als het kwartje dan valt, en het volledig tot je doordringt wat voor iets moois of verwerpelijks je hebt gelezen, staat het volgende verhaal alweer klaar.
In de eerste alinea schreef ik al dat het boek zich niet echt leent om in één ruk van kaft tot kaft te lezen. Als letterjunk vind ik dit vaak een nadeel, maar in dit geval was het een voordeel. Omdat de langste teksten slechts twee pagina’s beslaan, kun je Nu in handige meeneemverpakking op verschillende momenten van de dag lezen. Sommige verhalen zijn zo kort, daar hoef je niet eens voor te gaan zitten.
Het boek heeft 126 pagina’s, maar is toch geen dun boekje. Van Lieshout heeft immers alle overbodige informatie geschrapt, dus de verhalen komen gelijk tot de kern, terwijl de hele achtergrond zich in je hoofd afspeelt. En als ik ergens van houd, dan zijn het wel boeken die je aan het denken zetten.
Nu in handige meeneemverpakking van Ted van Lieshout krijgt vier van de vijf roze kogels.

