20-02-2009 | ... en alles
Ik stoor me aan uitspraken. Ik stoor me aan veelgebruikte, onnodige uitspraken. Al denk ik dat er meer mensen zijn die ze gebruiken en dus uitspreken, dan mensen die zich er, net als ik, mateloos aan storen. Nu ben ik al kampioen verbeteren van de “als/dan” fouten, dus met de rest hou ik me nog in. Juist. Ik ben zo’n naar persoon die daar erg op let. En verbetert. En het duurt niet lang meer en ik ga me ook met de rest van de uitspraken bemoeien. Regelmatig hoor ik mensen zeggen: “Ja, dan denk ik van…” Neen! Men denkt niet “van”, maar men denkt. Of ik hoor zinnen gelijk aan: “Nou, ik zei dus van…” Auw! Dat doet pijn. Men denkt, zegt of doet niet “van”. Maar ik hoor het in één gesprek soms wel meer dan twintig (!) keer. Ja, ik tel de “van’s” tegenwoordig. Ik weet ook niet sinds wanneer mensen zijn gaan denken, doen en zeggen “van”. Maar ik weet wel dat ik niet bij de beginbespreking aanwezig ben geweest, anders had ik er mooi een stokje voor gestoken. Dan had ik niet gezegd van, maar dan had ik gezegd dat het werkelijk verkrachting van de taal is. “Het was wel druk zeg maar.” Waarom nou dat ge-zeg-maar achteraan of midden in een zin? Hou er toch eens allemaal mee op! En wie is dáár mee begonnen? En kan het ook nog landelijk gestopt worden? “Zeg maar” slaat namelijk werkelijk nergens op. Het heeft geen enkel nut. In geen geval voegt het iets toe aan de betekenis van een zin. Wanneer iemand tegenwoordig tegen mij...read more