Ik Ramadan, jij Ramadant, wij Ramadannen

Ik begin een ervaringsdeskundige te worden wat betreft het leven in Marokko en zelfs wat betreft het leven als Moslim. Want, ik doe mee aan de Ramadan. Niet zomaar, om ermee te stoppen wanneer ik daar zin in heb, of voor spek en bonen, maar echt zoals de Moslims hier om me heen. Het enige verschil tussen mij en de rest is dat ik niet ineens wel -of meer- ga bidden dan wanneer het geen Ramadan is. Ik dompel mezelf onder in de cultuur en haar tradities. Het is interessant en het wordt me door niemand opgelegd, ik doe het op volledig vrijwillige basis. Des te beter, want zo gauw als iemand mij iets verplicht om te doen, doe ik het juist niet, hoe dan ook. Ik doe mee uit respect, solidariteit en om voor mezelf te ontdekken wat het is, wat het met je doet en hoe het voelt. Ook vind ik het behoorlijk gênant om bijvoorbeeld op het werk stiekem mijn flesje water leeg te drinken en een boterham weg te werken op het toilet, met het risico dat toch iemand mij betrapt. Terwijl iedereen ervan uitgaat dat ik niet meedoe en niemand verwachtingen heeft en juist verrast is als ik aangeef net als iedereen om me heen mee te vasten. Misschien is dat ook wel een deel van mijn motivatie: laten zien dat ook ik dit kan en dat ook ik, als Nederlandse, deze maand kan en wil gebruiken om eens dieper na te denken over de betekenis van het leven en over hoe ik met het leven omga en om zou kunnen gaan. Niet dat...read more

Indrukwekkend en leerzaam; Plantage d’Amour – Clark Accord

In mei 2011 overleed schrijver en visagist Clark Accord. Tot vlak voor zijn dood was hij bezig met de roman Plantage d’Amour, over het roerige slavenverleden van Suriname. De roman heeft Accord helaas niet af kunnen schrijven, toch is het gepubliceerde gedeelte zeker de moeite van het lezen waard. De broer van Kenneth Campbell is een nogal stereotype Surinamer. Hij faalt als vader en ziet zijn uitkering als boetegeld omdat zijn Afrikaanse voorouders door Nederland naar Suriname zijn gehaald en daar zijn uitgebuit als slaven. Alles was de broer van Kenneth nu niet lukt, komt door de slavernij. Kenneth stoort zich aan dit soort mensen. Helemaal omdat hij zelf wel succesvol is, terwijl hij dezelfde voorouders heeft als zijn broer. Hij werkt bij een scholengemeenschap en heeft al jaren een stabiele relatie met de hoogblonde Friezin Pleunie. Met haar wil hij ook dolgraag een complete kinderschare op de wereld zetten, maar Pleunie ziet dat anders. Hun relatie gaat stuk en na 27 jaar niet in Suriname geweest te zijn, besluit hij terug te gaan. Op zoek naar zijn roots, graven in het slavenverleden om te zien wat er nu waar was. Hij weet maar een naam; Philipus Andro Macnack. Andro wordt met zijn familie na de afschaffing van de slavernij eigenaar van de plantage Berlijn en is de betovergrootvader van Kenneth. De plantage is nu een soort vakantiepark geworden en Kenneth heeft er een huisje gehuurd, zodat hij niet alleen kan zien waar zijn voorouders woonden, maar hij hoopt daar ook antwoorden te krijgen over het verleden van zijn familie. Al direct in de taxi onderweg naar Plantage Berlijn...read more

Ramadan: discipline, uithoudingsvermogen en zelfbeheersing

Het is weer bijna zover: de jaarlijkse vastenmaand van de Islam gaat gauw van start. Als je je, zoals ik, geregeld onder Moslims begeeft, ga je er ook nog wat van begrijpen. Daar waar ik eerst dacht dat ik altijd jarig was tijdens de Ramadan, weet ik nu dat deze maand volgens de Islamitische jaartelling in onze jaartelling elk jaar tien dagen eerder valt. Een jaar in de Islamitische jaartelling duurt namelijk tien dagen korter dan onze Christelijke jaartelling. Een illusie armer, wat kennis rijker. De Ramadan is een zeer zware periode, vandaar dat enkel mensen die het lichamelijk aankunnen eraan meedoen. Zieke mensen, oude mensen die er aan onderdoor kunnen gaan, jonge kinderen, vrouwen die menstrueren, mensen die reizen, zijn voorbeelden van groepen die er niet aan mee hoeven doen. Vaak vooral omdat het de gezondheid in gevaar kan brengen. Dat is vooral niet de bedoeling. Niet drinken en eten tussen zonsopgang en –ondergang tijdens de zomermaanden is niet wat je zegt een eenvoudige opgave. De dagen zijn lang en de temperaturen liggen gemiddeld hoger – in Nederland iets minder misschien… maar dat terzijde. In Arabische landen is de situatie ook weer anders omdat daar praktisch iedereen om je heen in hetzelfde schuitje zit. In Nederland ben je vaker een vreemde eend in de bijt; je doet iets wat velen om je heen niet begrijpen. Maar toch. Vorig jaar en het jaar ervoor heb ik een paar dagen meegedaan, om te ervaren hoe het voelt. En uit respect. Het gekke is dat er een knop om gaat. Je zegt tegen jezelf, nadat je ’s ochtends heel vroeg uit...read more

Zo vies als een Turk

Er zijn weinig zekerheden in het leven, maar dat mijn moeder nooit of te nimmer een spreekwoord correct uit zal spreken is er een. Meestal zijn haar spreekwoorden net zo goed of beter dan de oorspronkelijke versie, maar soms… “Zo vies als een Turk.” Het heeft me jaren gekost, maar ik heb het haar al in geen tijden meer horen zeggen. Ik krimp nog ineen bij de gedachte aan mijn moeder op het terras in Amsterdam die, toen ik mijn hoofd weer eens had ingezeept met diverse lekkernijen, luidkeels verkondigde; “Ga je wassen, je bent zo vies als een Turk”. Ze begreep natuurlijk zelf ook wel dat het op zijn zachtst gezegd niet politiek correct was (oftewel knetterracistisch, wat in het huidige politieke klimaat gewoon weer schijnt te mogen). Mijn moeder is veel dingen, maar racistisch is ze absoluut niet. Mijn oma was dat overigens wel en ik vermoed dat daar de uitdrukking ook vandaan komt. Iets afleren wat je al sinds je kindertijd zegt blijkt echter nog knap lastig. Zo betrap ik mezelf nog steeds weleens op jeukende muggenbulden, of grijp ik naast handvaten. Ik heb zelfs een keer vanachter een Utrechtse bar verzucht dat het koffiezetapparaat ermee was uitgeschejen (vertaling: opgehouden, kapot was), tot verbijstering van de Randstedelijke clientèle. En vertrekken doe ik nooit, in tegenstelling tot aanlopen, aanfietsen en aanrijden. Maar we hadden het over mijn geweldige moeder en haar creatieve taalgebruik. Het huisgemaakte spreekwoord wat zij het vaakst bezigt is: “Er vallen geen appels onder een perenboom”. Een waarheid als een koe natuurlijk, en bovendien een liefdesbaby van ‘De appel valt niet ver van de...read more

Racisten en buitenlanders zijn gelijk

“Wat spreek jij goed Nederlands voor een buitenlander”. Word ik zomaar gebombardeerd tot buitenlander. Ja, ik heb een kleurtje. Nee, ik ben geen buitenlander. In groep 6 kregen we vlak voor 4 en 5 mei een boekje over het ontstaan van deze dagen. Ik kan mij nog goed heugen dat op pagina 1 het eerste artikel van de grondwet stond. Van de grondwet hadden we nog nooit gehoord, maar we vonden het erg mooi dat dit een vastgestelde regel was. Vanzelfsprekend eigenlijk ook. Ik zag geen reden om onderscheid te maken tussen mensen (ook ik ben vooringenomen, maar u begrijpt wat ik bedoel) en ging ervan uit dat anderen dit ook niet deden. Ieder had immers toch wel geleerd van de Tweede Wereldoorlog? Zeer rap werd mij echter duidelijk dat dit niet het geval is. Allereerst zat ik op een zwarte school, wat een naar mijn mening onbegrijpelijk gegeven is. Op deze manier maak je meteen onderscheid. Daarnaast had een aantal klasgenoten Hindoestaanse ouders. Als halfbloedje (Hindoestaanse moeder) en atheïste hoorde ik er echter toch niet bij. Ik vroeg me af wat ik dan wel was. Volgens het CBS behoor ik tot de allochtonen. Aan die generaliserende term heb ik echter een hekel. Mijn manier van denken is Westers en mijn manier van doen ook. Ik ben gewoon een Nederlander. Of liever gezegd, een mens. Daar hoeft verder geen stempel op. Ik dacht altijd dat etnocentrisme (of zelfs xenofobie) – een zekere vorm van in hokjes denken – voortkomt uit ignorantie. Tot ik meneer Wilders leerde kennen. Meneer Wilders is aardig op de hoogte van de (eenzijdige) feiten. Zijn...read more