Haruki Murakami op zijn best; 1q84 – Boek een

Het klinkt allicht vreemd, maar het eerste boek van de trilogie ‘1q84’ (qutienvierentachtig) is het minst en tegelijkertijd het meest murakamiëske boek uit het oeuvre van grootheid Haruki Murakami. Het is briljant en iedereen moet het lezen, ik zal mijn best doen om uit te leggen waarom.

Door het lezen van Murakami ga je vreemd gedrag vertonen

De mensen die hier al wat langer komen, weten allicht dat ik al eerder het een en ander heb geschreven over de romans van Haruki Murakami. Toen de postbode mij een pakketje bracht met daarin de eerste twee delen van 1q84, heb ik dan ook een vreugdedansje gedaan in de woonkamer. Aanvankelijk wilde ik de boeken niet eens uitpakken, omdat ze er zo prachtig ongerept uitzagen en ik serieus even overwoog een altaar te bouwen. Gelukkig wist ik mezelf te herpakken, heb ik met grote voorzichtigheid het cellofaan verwijderd en ben ik opgetogen begonnen met lezen.

Twee verhalen

Net als in andere boeken van Murakami (onder andere in mijn favoriet, HBWEHEVDW) lopen er twee verhalen door elkaar heen.

Aomame – razend interessant

In de oneven hoofdstukken maken we kennis met Aomame. Een jonge vrouw met een ongewone naam en een ongewoon leven. Ze woont alleen, werkt als martial artsinstructrice op een chique sportschool, heeft alle banden met haar familie verbroken en vermoord ongeveer elk half jaar een man. Dat laatste doet ze in opdracht van De Oude Dame, die misbruikte vrouwen en kinderen helpt. De meeste mannen draagt ze gewoon over aan de politie, maar af en toe zit er een uitzonderingsgeval tussen. Een man die zo bruut is, zo intens gemeen, maar ook intelligent en zijn sporen weet te verbergen. Deze mannen sterven ogenschijnlijk allemaal een natuurlijke dood. Alleen De Oude Dame en Aomame zelf weten hoe ze precies zijn gestorven – en belangrijker nog- waarom.

Kortom, Aomame heeft een ongewoon leven. Een leven dat nog ongewoner wordt, als ze op een dag via de noodtrap onder de snelweg door loopt. Ergens raakt ze de tijd kwijt. Verschuift de wereld. Politieagenten dragen opeens andere uniformen en gebruiken zwaardere wapens. Dit naar aanleiding van een incident in 1981, waarbij de politie in een vuurgevecht terecht kwam met leden van een radicale sekte. Vóór Aomame onder de snelweg door ging, was het 1984, droegen agenten nog normale uniformen en had ze nooit van het incident gehoord. De nieuwe tijd, of de andere tijd waar zij in terecht komt, besluit ze 1q84 te noemen, met de q van question mark. Het is hetzelfde, maar toch net even anders.

Tengo – dodelijk saai?

In de even hoofdstukken leren we Tengo kennen. Deze dertiger heeft een doodgewoon, bij vlagen zelfs saai leven. Hij werkt op een bijlesinstituut als wiskundeleraar, in zijn vrije tijd werkt hij aan romans en elke vrijdag komt zijn minnares, een getrouwde vrouw, langs. Tengo voelt zich erg prettig bij dit leven. Hij haalt voldoening uit zijn werk en is compleet gelukkig met zijn affaire.

Daar komt verandering in als redacteur Komatsu hem een novelle laat lezen, met de raadselachtige titel ‘een pop van lucht’. Dit verhaal is geschreven door de beeldschone, zeventienjarige Fukaeri. Komatsu wil dit verhaal insturen voor een prestigieuze debutantenprijs, maar er is één probleem. Het verhaal is ontegenzeggelijk briljant, maar het is heel erg slecht geschreven. Komatsu stelt voor dat Tengo het verhaal compleet herschrijft en dat Fukaeri dan zeker weten de debutantenprijs wint. Wat uiteindelijk neerkomt op valsheid in geschrifte. Aanvankelijk twijfelt Tengo, omdat hij als keurige burger zich liever niet inlaat met dit soort praktijken. Toch besluit hij het te doen. Maar voor hij het van Fukaeri mag herschrijven, moet hij eerst kennis maken met De Professor.

Professor Ebisuno heeft Fukaeri zeven jaar eerder in huis genomen, nadat ze was weggelopen bij de sekte waar ze met haar ouders woonde. In de sekte is iets raars gebeurd en ‘een pop van lucht’ blijkt geen fantasieverhaal te zijn, maar een verslag over wat Fukaeri daar heeft meegemaakt.

Twee verhalen blijken één

Uiteraard weet je als lezer al direct dat de levens van Aomame en Tengo elkaar ooit gaan kruisen, maar hoe en wanneer blijft vrij lang een raadsel. Sterker nog, als je het boek uit hebt, zijn het nog steeds twee op zichzelf staande verhalen, met een aantal overeenkomsten. Dat is bijzonder on-murakamiësk. In zijn andere romans wordt het veel eerder duidelijk wat de verhalen met elkaar te maken hebben. Echter is dit niet zomaar een roman, dit is deel één van een trilogie. Dus heeft – en neemt – Murakami alle tijd om zich te verdiepen in de levens van Aomame en Tengo en alle ongewone figuren die zij tegenkomen. En hierdoor is boek één juist weer enorm murakamiësk, want er is nu nog meer tijd en ruimte voor vreemde gebeurtenissen en personages.

Ongewoon aannemelijk

Haruki Murakami heeft het talent om over onmogelijke zaken te schrijven (blinde geiten waar Little People uit komen, twee manen, tijdverschuivingen) op een manier waardoor ze heel gewoon en aannemelijk worden. Zijn hoofdpersonen zijn dan ook doodnormale mensen. Het feit dat Aomame af en toe mannen vermoordt, neem je als lezer aan. Er is niets vreemds aan. De twee manen aan de hemel zijn wel ietwat vreemd, maar dat is alleen omdat Aomame daar zelf ook wel van opkijkt.

Tijdens het lezen word je compleet opgeslokt in de wereld die Murakami heeft geschapen. En dat voelt fijn en vertrouwd, maar ook spannend en af en toe onheilspellend.

Wordt vervolgd…

Ik weet nog niet hoe dit verhaal afloopt. Maar ik weet wel dat jullie hier volgende week de recensie over het tweede boek kunnen lezen. En dat boek één vijf van de maximaal vijf roze kogels scoort.