De wereld draait door, maar ik ben er nog steeds. Natuurlijk verwacht ik niet dat iedereen stil staat door het verlies van mijn vader, maar het zou fijn zijn als ik dat wel even zou mogen.
Wat zeg je tegen iemand die haar vader (of een andere dierbare) pas is verloren? Dat is moeilijk. Je wilt iets goeds zeggen, iets dat medeleven toont en tegelijkertijd een positieve boodschap overbrengt. Maar als je na ‘gecondoleerd’, ‘sterkte’ en ‘vind kracht’ niets meer weet te zeggen, houd dan je mond. Geef een knuffel, een kus, een aai over de rug of zeg dat je verder ook niet weet wat je moet zeggen. Ik kan niet voor anderen spreken, maar voor mij is dat genoeg. Ik hoef er verder ook niet steeds en met iedereen over te praten. Alleen één ding: zeg niet tegen me dat ik het moet accepteren en moet proberen door te gaan met mijn leven, of dat de dood bij het leven hoort, leven eindig is en iedereen dood gaat. Goed bedoelde woorden, dat zal. Ze zijn alleen zo rottig gekozen.
Rouwen doet iedereen op zijn eigen manier. Ik ook. Denk je nou echt dat ik niet weet dat de dood bij het leven hoort? Het maakt het gemis er alleen niet veel minder om, hoor. Accepteren en verder gaan met mijn leven? Wat denk je dat ik aan het doen ben? Juist het accepteren doet pijn en juist het doorgaan met mijn leven maakt verdrietig. Het is allemaal goed bedoeld, maar probeer het verdriet dat nog alles verscheurt niet te beteugelen of de pijn die nog te rauw is te kalmeren. Dat kan je niet, want dat moet ik doen. Op mijn manier, op mijn tempo, in mijn tijd.
Laatst zei iemand tegen me dat je in het leven stoplichten tegenkomt. Soms staan ze op groen, soms op rood. Als ze op rood staan, kun je niets anders dan gewoon even wachten. Zo is het ook. En dat de rest van het verkeer doorrijdt kan ook troost bieden. Kijk dus af en toe eens achterom om te zien of ik nog op mijn fiet

