Haruki Murakami nog beter; 1q84 – Boek twee

Was boek een al een genot om te lezen, boek twee is nog fijner. Als lezer word je nog verder meegesleurd in de bizarre wereld van Tengo, Fukaeri en Aomame; 1q84.

De vreemde novelle die Fukaeri en Tengo hebben geschreven, wordt precies zoals uitgever Komatsu had verwacht een bestseller. ‘Een pop van lucht’ bereikt een breed publiek en zet hierdoor bepaalde dingen in gang, zoals professor Ebisuno (de voogd van Fukaeri) had voorspeld.

Niet lang na het verschijnen van de novelle, verdwijnt Fukaeri dan ook. Maar waarom? Heeft de mysterieuze sekte haar te pakken? En waar zijn de professor en Kumatso? Inmiddels gebeurt er bij Tengo ook iets vreemds; eindelijk schrijft hij. Nu schrijft hij uiteraard al jaren, maar hij weet dat zijn werk nooit echt goed genoeg was. Het verhaal dat echter nu uit zijn pen gestroomd komt, is het verhaal. Het verhaal dat hij moest vertellen.

Aomame haar leven was natuurlijk al anders sinds ze de wereld van 1q84 betrad. Er staan nog altijd twee manen aan de hemel. Van De Oude Dame krijgt ze weer een opdracht om iemand te vermoorden. Echter zal dit haar moeilijkste opdracht ooit worden, dus regelt De Oude Dame dat ze na deze opdracht kan verdwijnen. Ze zal plastische chirurgie krijgen, een nieuwe woonplaats, een nieuwe identiteit. Het is enorm riskant, maar het moet gebeuren. Deze man heeft namelijk meisjes van tien jaar oud verkracht, waaronder naar alle waarschijnlijkheid ook zijn eigen dochter. Een van deze meisjes is in het opvanghuis van De Oude Dame terechtgekomen en zodoende is het balletje gaan rollen.

Deze man blijkt echter de Leider te zijn van de mysterieuze sekte waar ook Fukaeri ooit deel van uitmaakte. ‘Een pop van lucht’ gaat over haar verblijf aldaar en over hoe de Little People in deze wereld terecht kwamen. Maar wat is deze wereld? Is het 1984 of 1q84? En wat hebben Tengo en Aomame met elkaar te maken? In 1984 staan hun levens helemaal los van elkaar, maar in 1q84 blijken hun levens een bijzonder raakvlak te hebben, wat alles te maken heeft met de Little People, de Leider, de sekte en ‘een pop van lucht’.

Quote:

Als het buiten donker werd, glansden de ogen van de dode geit in het licht van de sterren. Dat maakte het meisje zo bang dat ze er moeite mee had om in slaap te vallen.

Net als in boek een, volgen we in het ene hoofdstuk Tengo en in het andere hoofdstuk Aomame. Er zijn meer schrijvers die van deze techniek gebruik maken, maar geen van hen kan twee verhalen op zo’n ingenieuze manier ineen vlechten als Murakami. Ook al blijven de verhalen van Tengo en Aomame gescheiden, in een stormachtige nacht valt alles voor de lezer op zijn plaats. Ook Aomame krijgt eindelijk duidelijkheid, maar dat leidt wel tot een duivels dilemma. Ze moet kiezen tussen haar leven en dat van Tengo.

Het hoe en waarom is zo briljant uitgedacht en zo mooi opgeschreven, dat ik vanaf dat moment acuut weer ben begonnen met nagelbijten. Niet alleen omdat het zo ontzettend mooi is, maar ook omdat het enorm spannend is en omdat de Little People best wel eng zijn. Worden deze wezens in boek een af en toe aangehaald, in boek twee leren we ze beter kennen.

Kortom, boek twee brengt een hoop antwoorden. Maar Murakami zou Murakami niet zijn, als hij niet nog meer vragen zou opwerpen. Murakami is geen schrijver die netjes antwoord geeft op elke vraag die ontstaat, dat weet iedereen die eens iets van zijn hand gelezen heeft. Maar in boek twee worden wel erg veel nieuwe vragen opgeworpen. Dat is logisch, want er volgt immers nog een boek drie. Helaas paardrijlaars verschijnt boek drie in Nederland pas in het voorjaar van 2011, met als gevolg dat ik nog een klein jaar in verwarde toestand achterblijf.

Gelukkig is een murakamiëske verwarde toestand fijn.

Boek een scoorde het maximum aantal roze kogels; vijf van de vijf. Dus kan ik niets anders doen dan boek twee zes van de maximaal vijf kogels geven, want dit was een van de heerlijkste, mooiste, bizarste en spannendste boeken die ik de laatste tijd gelezen heb.