Natuurlijk kun je gewoon naar Bali gaan en daar drie weken in de zon liggen. Maar je kunt ook net als Pepijn Vloemans naar de Hoorn van Afrika gaan; Sudan, Ethiopië, Somaliland, Djibouti en Eritrea. Over deze bizarre reis heeft Vloemans een alleraardigst boek geschreven; Wat hebben we weer genoten.
Een duidelijke motivatie om naar dar verdomhoekje in Afrika te vertrekken, heeft Vloemans eigenlijk niet. Hij heeft behoefte aan mislukken. En waar kun je beter mislukken dan in de Sudanese woestijn, waar niemand het ziet?
Wat de aantrekkingskracht van de Hoorn van Afrika vergroot, is dat het het tegenovergestelde is van Nederland. Wij leven in een land waarin alles geregeld is. Vanaf je geboorte tot je dood hoef je je eigenlijk nergens echt zorgen om te maken.
Vrijheid is hier zo vanzelfsprekend dat we de ruimte hebben om ons ontzettend druk te maken over nietszeggende dingen. Zo niet in Sudan of Ethiopië. Daar zijn de meest eenvoudige dingen een uitdaging. De belangrijkste reden voor Ethiopiërs om te gaan studeren is omdat ze op de universiteit drie maaltijden per dag krijgen.
Af en toe haakt Vloemans aan bij andere reizigers of komt in contact met expats. Deze mensen lijken allemaal een duidelijk doel te hebben. De een wil van Noord-Afrika naar Zuid-Afrika reizen met een auto of een fiets, de ander wil vrede en welvaart brengen, de derde wil zoveel mogelijk drugs gebruiken.
Vloemans heeft niet echt een doel en daardoor is hij compleet vrij. Hij heeft geen route uitgestippeld, heeft geen haast, geen planning. Door deze vrijheid is hij minder opgefokt dan andere reizigers waar hij mee in contact komt, maar het nadeel is dat doelloosheid zo… doelloos is. Op sommige dagen komt hij amper zijn bed uit, want hij hoeft toch niets.
Gelukkig heeft achteraf beschouwd zijn reis wel een doel. Hij heeft er een boek over geschreven. Dit boek heb ik op een hete zondagmiddag in een ruk uitgelezen, want Pepijn Vloemans heeft niet alleen veel bizarre dingen meegemaakt in Afrika, hij schrijft er ook bijzonder vermakelijk over.
Zijn eigen beschouwingen wisselt hij af met de woorden van illustere voorgangers als Evelyn Waugh en Gustave Flaubert, die ook door de Hoorn van Afrika trokken. Hierdoor is ‘Wat hebben we weer genoten’ meer dan een reisverslag, maar ook een boek wat je aan het denken zet over het doel van reizen en het wezen van de mens.
Hebben wij afleiding en verstrooiing nodig? En vergeten we hoe we vrij moeten zijn, als we niet hoeven te strijden voor vrijheid?
Interessante vraagstukken tegen een prachtig Afrikaans decor. ‘Wat hebben we weer genoten krijgt vier van de vijf roze kogels, want ik heb zeker genoten van het lezen.

