10-08-2013 | Kleur & Cultuur
Wij Nederlanders zijn een ster in stating the obvious. Tot die conclusie kwam ik laatst op mijn werk. Ik werk bij een boekhandel op het station, waar mensen vaak al gehaast binnenkomen en liefst zo snel mogelijk weer weg zijn omdat ze hun trein moeten halen. Met de warmte van afgelopen weken wilden ze nóg sneller weg, omdat het in onze winkel werkelijk niet uit te houden was. En dat laatste wrijven ze er maar al te graag in. Werken in de hitte is geen pretje, maar wat het nog veel erger maakte, was dat bijna iedere klant er een opmerking over maakte. Was het niet bij binnenkomst (‘Pfffff, wat een hitte hier!’), dan was het wel bij de kassa (*kreun* *zucht**steun* ‘Hebben jullie geen airco hier?’). Alsof dat het minder warm maakt. Wat is het toch dat Nederlanders zo graag open deuren intrappen? Nederlanders, inderdaad, want we krijgen ook veel buitenlanders in de winkel, en die houden allemaal keurig hun mond. Ikzelf behoor ook tot die categorie. Waarom zou je een opmerking maken over iets wat overduidelijk is? Als ik in een winkel kom beperk ik me tot het hoognodige: gedag zeggen, afrekenen, bedanken en nogmaals gedag zeggen. Saai misschien, maar ik heb geen behoefte aan een praatje over hetgeen dat ik koop of, nog erger, het weer. De mensen die wél hun lief en leed op de toonbank gooien bedoelen het waarschijnlijk goed. Een opmerking over hoe warm het wel niet is, bedoelen misschien wel als een teken van medeleven voor degene die daar de hele dag in moet staan. Maar dat maakt het voor de ontvanger...read more
12-06-2013 | ... en alles
Nu het weer in Nederland de laatste week enigszins op zomer begint te lijken, kunnen eindelijk de bijbehorende fladderende jurkjes, korte rokjes en broekjes uit de kast worden getrokken. Heerlijk! Mij hoor je absoluut niet klagen, behalve over het feit dat mensen mij nu opeens massaal aanspreken op mijn witte vel. Ik ben een echte Hollander: donker haar, bijna 1.80 lang, blauwe ogen en spierwit. Ik ben niet gezegend met een mooi bruin tintje, al had ik dat dolgraag gewild. En áls de zon dan begint te schijnen, word ik niet bruin, zoals zovelen, maar behoud ik diezelfde witte teint. Ik kan zonnen wat ik wil, maar bruin zal ik nooit worden. Hooguit word ik beige, en dat is voor mij al reden genoeg om een fles champagne open te trekken. Elk jaar is het weer hetzelfde liedje. Zodra de temperaturen boven de twintig graden komen en ik net als iedereen in een zomers jurkje loop te paraderen, krijg ik dezelfde opmerkingen naar mijn hoofd geslingerd. “Goh, wat ben je wit!” “Jeetje, wat een melkflessen heb jij, zeg!” “Je benen geven bijna licht!” Waarop ik dan wil antwoorden: “Oh, wat fijn dat je ’t even zegt! Ik dacht al dat ik m’n witte legging nog aan had!” Wat is dat toch, dat mensen dit soort dingen zeggen? Inmiddels ben ik er wel aan gewend, maar leuk is anders. Toen ik in de puberteit zat en behoorlijk onzeker was, kon ik er zo nachten van wakker liggen als iemand een dergelijke opmerking maakte. Als we dan terugkwamen van vakantie was het weer zover: mijn ouders en broertje waren poepiebruin, en...read more