07-01-2013 | Kleur & Cultuur
De man en de vrouw in de trein hebben drie kinderen bij zich: twee jongens van een jaar of vier en een meisje van anderhalf. De groeven in het gezicht van de man verraden dat hij geen onbeschreven blad is. Zijn bruine ogen staan vermoeid, behalve wanneer hij naar zijn kinderen kijkt. Dan lichten ze op en lijken ze bijna groen van kleur. Hij zegt woorden als “goedemorgen”, “dankjewel”, “sorry”, “dag” en “doehoei.” De jongetjes imiteren schaterlachend de wonderlijke klanken die uit hun vaders mond komen. Ze zijn hier nog niet zo lang. Als de jongetjes mij in de gaten krijgen, kunnen ze bijna niet ophouden met staren. Ik ben blijkbaar een wonderlijke verschijning. Ik kijk de jongetjes met een glimlach aan en denk aan wat hen hier nog te wachten staat. Hun zusje zal zich niets meer van hun land van herkomst herinneren, maar zij zijn oud genoeg om zich bepaalde geuren, klanken en beelden te herinneren. De warmte van de zon op je huid. De buurvrouw die lakens ophangt om te drogen in de zon. Iemand die met een ezel voorbij loopt. Of misschien wel het razende verkeer uit de stad. Het blijft hen bij als een wereld die ze ooit kenden, waarvan ze ooit dachten dat het de enige wereld was, tot ze in een nieuwe kwamen. Naarmate de tijd verstrijkt, zal de herinnering niet afnemen. Hij wordt altijd weer ververst wanneer ze bij hun ouders zijn, die de herinnering nog veel meer meedragen dan zijzelf en nooit helemaal accentloos Nederlands zullen spreken. Ook de maatschappij laat hen de herinnering niet vergeten. Al leren ze waarschijnlijk...read more
04-11-2012 | Kleur & Cultuur
Als ik dit schrijf, zit ik in het vliegtuig. Ik kom terug van drie weken China. Waar de Chinezen wonen die er op los smakken, slurpen, scheten laten, rochelen en het resultaat daarvan op straat tuffen. En gelijk hebben ze. Je eten smaakt veel lekkerder als je smakt, je soep beter als je slurpt, scheten inhouden voelt niet fijn en iedereen heeft weleens een prop in de keel die verholpen zou kunnen worden door een flinke rochel, die op zijn beurt weer in een sierlijke boog op straat getuft dient te worden. Waarom zouden we doen alsof dat niet zo is en dat dan beschaving noemen? Ja, Chinezen maken graag geluid. Naast het slurpen, smakken, rochelen en ruften, lachen en praten ze vrijwel constant en als ze zich afvragen of er ergens een echo is, dan testen ze dat door heel vaak heel hard te schreeuwen. Als ze dingen verkopen, dan zijn dat spullen waarbij je kunt smakken of slurpen of het zijn voorwerpen die zelf geluid maken. Die laatste categorie prijzen zij aan door dit geluid constant te maken. Een goede strategie, want wie wil er nou geen plastic kip dat een geluid maakt alsof het verkracht wordt wanneer je erin knijpt? Het fijne aan China is dat wanneer je dit geluid van de verkrachte kip vanuit het niets midden op straat imiteert, niemand raar opkijkt. Heerlijk toch, die vrijheid. Je mag ook gewoon staren naar iemand die je er opvallend uit vindt zien, zoals een blanke. Als die dan naar je terug gaat staren, in de hoop dat je beschaamd je ogen neerslaat, voel je – helaas...read more