God is teleurgesteld

Als ik God was dan zou ik op zijn minst teleurgesteld zijn in mijn vertegenwoordigers in het aards paradijs. Dan zou ik de paus even langs laten komen voor een functioneringsgesprekje en misschien hier en daar wat kikkers, steekvliegen of sprinkhanen droppen. Gewoon, omdat Ik nou eenmaal zo rol en omdat er toch verdomd veel misgaat de laatste tijd. Recent nog vond een vertegenwoordiger van de Lieve Heer dat de jongetjes en meisjes die door priesters zijn misbruikt slechts op zoek waren naar een vaderfiguur om mee te knuffelen. Dikwijls waren de kinderen zélf de nietsontziende verleider waartegen de onschuldige geestelijke geen verweer had. Dit is geen uitspraak van een achterafpriestertje uit een ontwikkelingsland maar van een vooraanstaand geestelijke in de VS. Als ik God was zou ik deze man vriendelijk doch dringend ergens vanaf gooien. Abortus en het recht om over, door God geschapen, leven te beschikken is in Nederland lang niet zo’n hot item als in de VS. Hier lijkt slechts een handjevol onderontwikkelde biblebelters te vinden dat een vrouw onder elke voorwaarde moet baren, zelfs als de zwangerschap het gevolg is van een verkrachting. Omdat het nou eenmaal niet heel populair is om te zeggen dat vrouwen het na een verkrachting maar uit moeten zoeken met hun opgedrongen vrucht beweren de abortusbestrijders dat de kans dat vrouwen van een verkrachting zwanger raken nihil is. Een standpunt dat recentelijk ook de Nederlandse politiek heeft bereikt en waarmee de aanhangers van God zich niet erg populair maken. God zal sowieso niet zo tevreden zijn over de politieke partijen die Zijn waarden proberen op te dringen aan de samenleving....read more

Paradoxale gedachten: hoe ga ik dáár nou weer mee om?

Het onrustige gevoel zorgt ervoor dat ik een beetje nukkig word en ietwat pessimistisch naar de zaken kijk. Heel vreemd, want ik kan nog wel relativeren als ik een paar keer diep ademhaal. Met veel moeite ben ik enthousiast, want diep van binnen is het enthousiasme er wel, ik wil dit heel graag. In het leven komen we regelmatig voor nieuwe keuzes te staan en worden we geconfronteerd met het nemen van nieuwe stappen. Als je in je leven een beetje vooruit wil komen, dan is het logisch dat er zo af en toe wat zaken moeten veranderen. Niet alles kan bij het oude blijven, en juist dat vind ik soms best lastig. Dit gevoel is paradoxaal aan mijn drang om me te ontwikkelen en te groeien, of dat nou op professioneel of persoonlijk vlak is. Als alles altijd maar bij het oude blijft word ik waarschijnlijk zeer onrustig. In een eerdere column heb ik dan weer de behoefte aan stabiliteit in mijn leven geuit. Maar voor mij betekent stabiliteit geen stilstand, het betekent eerder zekerheid. Aan veranderingen in het leven kunnen we meestal niet ontkomen. Sommige veranderingen zijn puur genot, leuk en zonder poespas. Andere veranderingen brengen een hele rompslomp aan denkwerk en onrust met zich mee. Verhuizingen bijvoorbeeld: van Nederland naar Parijs, van Parijs naar Nederland, van Nederland naar Casablanca. Ze hebben me veel mogelijkheden gebracht, me veel geleerd en elke plek heeft zo zijn voor- en nadelen. Neem nou Casablanca. Voordelen zijn dat ik hier samen met mijn kerel ben, dat de zon zich hier vaker laat zien dan in Nederland, dat er veel te ontdekken valt en...read more

“Wat blijft er van me over als ik niet kan praten?”

Want waar ontleen je nu precies je identiteit aan? Aan alles wat je de hele dag loopt uit te kramen? Kun je zonder iedere gedachte te delen (of dit nu in woorden met de mensen om je heen is, in een e-mailtje naar een vriend(in) of door je gedachte op Twitter of Facebook te knallen), nog wel normaal functioneren? Laatst zat ik onderuitgezakt op de bank een beetje te zappen. Ik bleef hangen op Nederland 3, waar Paul de Leeuw zijn nieuwste spelshow presenteerde. Dit was onderdeel van TV Lab, waar het programma dat op de spelshow volgde, ‘Ssst!’ van Arie Boomsma, ook een experiment van bleek te zijn. En dat was naar mijn mening one hell of an experiment! Zarayda Groenhart, Horace Cohen en Sebastiaan Labrie zijn de eerste drie bekende Nederlanders die in deze pilot van Arie Boomsma 36 uur samen in één huis zitten, onder de voorwaarde dat ze niet zullen praten. Na twaalf uur mogen ze drie minuten met elkaar spreken. Ook als ze ervoor kiezen de zandloper die midden in het vertrek staat om te draaien, mogen ze drie minuten lang hun hart luchten. Alle drie de deelnemers zijn een beetje jolig als ze bij het huis arriveren. Vooral Horace en Zarayda lijken het een moeilijke opgave te gaan vinden, Sebastiaan ziet het allemaal wel gebeuren. In het begin zat ik eigenlijk nog niet vreselijk aandachtig te kijken, maar toen Zarayda “wat blijft er van me over als ik niet kan praten?” zei, was mijn interesse wel degelijk gewekt. Want waar ontleen je nu precies je identiteit aan? Aan alles wat je de hele...read more

Het Peter Pansyndroom

Ik lijd aan het, persoonlijk ontdekte, Peter Pansyndroom. Dit is een volledige, niet ge-googlede en zelfreflecterende diagnose. Lang heb ik er over nagedacht, het geprobeerd te negeren en zelfs te genezen. Maar deze bijzondere aandoening verdient een naam. En erkenning. Ik ben er echter ook achtergekomen dat de, naast dat het erfelijk is (mijn moeder, 57, heeft er ook last van) , kans op genezing nihil is. Het Peter Pansyndroom is het beste te omschrijven als “In je gedachten niet ouder willen en kunnen worden dan een kind van twaalf, en daar ook nog van genieten” Het moment dat ik me voor het eerst realiseerde dat ik aan deze afwijking leed was ik 15, misschien 16 jaar. Er was een vriendinnetje blijven slapen na het uitgaan. Ik zette ’s ochtends de TV aan op Cartoon Network en de gefronste wenkbrauwen van mijn vriendin gaven mij het benauwde gevoel dat ze er zojuist toch achter was gekomen dat ik met haar vriendje had gezoend. Gelukkig was dat niet het geval. De werkelijke reden voor haar verontwaardigde portret volgde namelijk al snel: “iiiieeeewww, kijk jij nog tekenfilms?” “uuhm, ja, jij niet dan? Leuk, toch?” “ Nee DUH, tuurlijk niet. Dat is voor kinderen, trut. Zet eens even gauw op TMF, dit kan écht niet hoor. Tssss…” Uiteraard elimineerde ik haar als vriendin, wat dacht ze wel niet? In mijn huis, nota bene! In de jaren daarna verdween mijn voorliefde voor tekenfilms niet. Sterker nog, de agenda’s en etuis met Hello Kitty en andere cute printjes op kleding zoals konijntjes en eenhoorns bleven aan de orde en ik ging steevast na het...read more

Boekrecensie: De lengte van het leven – Seneca

Timemanagement is hot. We hebben het allemaal super druk en haast iedereen worstelt met zijn/haar agenda. Geregeld hoor ik mensen smeken om meer uren in een dag. Het lijkt een welvaartsziekte, maar 2000 jaar geleden al schreef Seneca in ‘De lengte van het leven’ dat we meer dan genoeg tijd hebben, maar dat we het allemaal verspillen aan nutteloze zaken. Lucius Annaeus Seneca (± 4 v.Chr. – 65)was een Romeins schrijver en filosoof. Hij bekleedde belangrijke posities in Rome ten tijde van keizer Nero en kwam zo in aanraking met veel rijke en belangrijke mensen, die allemaal klaagden over de tijd. Niet alleen stoorde Seneca zich aan de mensen om hem heen, ook de ‘grote mannen’ uit het verleden waren voor hem een bron van ergernis. Zo was Cicero een groot politicus en advocaat, maar hij klaagde voornamelijk over zijn consulaat, dat door zoveel mensen werd opgehemeld en hem alleen maar tijd kostte. Politici komen er sowieso bekaaid vanaf bij Seneca. Ze lijken haast allemaal alleen maar een goede baan te willen hebben, zodat ze een mooi grafschrift krijgen bij hun dood. Ze werken niet eens zozeer, maar wachten meer totdat ze van hun rust en vrijheid mogen genieten. En dat is tegen het zere been van Seneca. Waarom zou je tot je pensioen moeten wachten tot je mag genieten van rust en vrijheid? Wie zegt dat je überhaupt zo lang blijft leven? Volgens Seneca hoef je helemaal niet te wachten, maar moet je nu je leven anders aanpakken. Niet je tijd verspillen met nevenfuncties, alleen maar voor de eer. Niet uren naar de kapper gaan om je haar...read more

Ziek in de kop

Ik werd tijdens het hardlopen staande gehouden door een meisje op een vouwfiets. “Wat is de kortste route naar het ziekenhuis?” vroeg ze. Ik keek naar haar. Ze was rond de twintig en had een grote verzameling bloedrode krassen in haar hals en op haar bovenarm. “Jezus,” zei ik “gaat het?” “Ja hoor,” was haar niet erg overtuigende antwoord. “Wat is er gebeurd?” “Dat heb ik zelf gedaan.” Ik tastte in mijn zakken. “Ik heb geen telefoon bij me,” zei ik. “Ik wel,” zei ze en ze gaf me haar telefoon. “Laten we de huisartsenpost bellen,” stelde ik voor. “Dat heb ik al geprobeerd maar die willen me niet helpen. Want ik ben ziek in de kop.” Ze keek erg droevig. Ik keek van links naar rechts de straat in, alsof ik daar de oplossing zou vinden. “Zeg me nu maar hoe ik bij het ziekenhuis kom,” zei ze droevig. “Is er iemand die ik voor je kan bellen?” probeerde ik. “Nee. Ik woon hier niet. Ik logeer bij iemand.” “En die kan je niet helpen?” “Nee, die slaapt nog. En wil me niet helpen. Ik ben ziek in de kop.” Er stonden tranen in haar ogen. Ik keek naar haar telefoon, en weer de straat af. Ik wist niet goed hoe ik haar kon helpen. “Als je de weg naar het ziekenhuis niet weet, dan vraag ik wel iemand anders.” “Oké,” zei ik toen, “naar welk ziekenhuis moet je?” en ik wees haar de weg. Ze stapte op en fietste weg. Ik begon weer te hollen maar had direct spijt. Het was minstens twintig minuten fietsen naar het...read more