Ik las dat in Brussel wordt nagedacht over het creëren van een speciale plek, waar dakloze meneren en mevrouwen de liefde met elkander kunnen bedrijven. Omdat zij daar in de meeste gevallen geen plek voor hebben. Maar als één van de twee de benen in de nek gooit, past dat toch heus wel in de eigen kartonnen verblijfplaats?
De meningen over dit idee zijn vast verdeeld. En ik heb die van mij ook klaar. Trouwens, eigenlijk niet. Dat komt mede, doordat ik bij het idee alleen al afgeleid word door de viezeligheden die mijn netvlies flink bezig houden. Ik zag wel vaker dakloze mensen. Zonder tanden en aanslag op hun tong, waarmee ze dan moeten zoenen. Met gore voeten en de nagels zwart van alles dat eronder vastgekoekt zit. Vuil van de straat. En de kleding wordt vrijwel nooit ververst. Dus ik vrees dat het ondergoed, indien aanwezig, niet heel fris is. De genitaliën zullen op hun beurt waarschijnlijk geen dagelijkse wassessie ondergaan. En dat moet dan in elkaar en zo. Want zo gaat seks. Of zit er een douche in de gecreëerde voortplantingsplaats? Dan hebben ze gelijk een opfrisplek. Na het plezier samen schoon de straat weer op.
Ik begrijp dat daklozen, net als de meeste mensen, behoefte hebben aan seksuele activiteiten. Daarom wordt de ‘liefdeskamer’, zoals het heet, opgericht. Door een vereniging die zich inzet voor de daklozen en hen wat meer intimiteit gunt. In steegjes is het natuurlijk ook soms wel wat kil en tochtig. En voor toevallige passanten is het ook niet altijd heel prettig om te aanschouwen. Maar moeten daklozen echt een aparte vrijpartij-kamer krijgen? Net zoals er in de gevangenis een kamer voor privé doeleinden is voor de boeven?
Ik denk dat de liefdeskamer, als het plan wordt goedgekeurd, ergens bij een uitdeelplek van voedsel in de buurt is. Dan kan de dakloze met zijn of haar paarpartner afspreken bij het diner en daarna, hup, door naar het hok om de natuurlijke driften op elkaar te botvieren. Maar wat gebeurt er als er meer mensen gebruik willen maken van de kamer op hetzelfde moment? Is er dan een rij? En wie maakt de ruimte en het bed schoon tussen de beurten door? Of moet men zich via een rooster inschrijven voor de kamer? En is het onbeperkt, qua tijd?
Dit leek een makkelijk, maar blijkt een te moeilijk vraagstuk. Zeer ingewikkeld zelfs. Ik zou mijn mening wel weer klaar hebben, maar dat is dus niet zo. De vragen die uit de liefdeskamer voortkomen zijn, voor mij, breinbrekend. Dus ik laat de Brusselse burgemeester gewoon maar beslissen en dan hoor ik vanzelf wel of het wat rustiger is geworden in de duistere krochten van nachtelijk Brussel.

