Klassieker: Affiniteiten van Johann Wolfgang Goethe

In 1809 verscheen Die Wahlverwandtschaften, Goethe’s derde roman. Sindsdien is de roman verschillende keren in het Nederlands vertaald en dit jaar verscheen wederom een vertaling; Affiniteiten door Ria van Hengel. Maar heeft het nut om zo’n oud boek weer uit te brengen?

Het verhaal
Eduard is een rijke baron die al in zijn jeugd verliefd was op de mooie Charlotte. Ondanks het feit dat de liefde wederzijds was, trouwden zij beiden met iemand anders. Nu hun beider partners gestorven zijn, hebben ze eindelijk hun jeugddroom waargemaakt en willen ze de rest van hun leven samen brengen. Naar volle tevredenheid wonen ze samen in het kasteel van de familie van Eduard waar ze zich bezig houden met de aanleg van een park om de omgeving te verfraaien, musiceren en lange gesprekken. Samen zijn ze in evenwicht en compleet gelukkig.

Op een dag stelt Eduard voor dat zijn goede vriend, Kapitein Otto, bij hen intrekt. Hij kan zich dan nuttig maken bij het herinrichten van het gezelschap. Charlotte ziet dit idee aanvankelijk niet zitten. Ze is bang dat de band tussen haar en Eduard zal veranderen als een derde op het toneel verschijnt. Toch besluit ze te zwichten en de komst van de kapitein luidt het begin van het einde in. Op een avond raken de drie aan de praat over chemie, over affiniteiten. Charlotte krijgt uitgelegd dat elementen elkaar kunnen aantrekken, maar ook afstoten. Eduard en zij zijn A en B. Met de komst van de kapitein, is er een C bij gekomen. A trekt naar C en B blijft alleen over. Dus moet er een D bijkomen en dan zal alles en iedereen weer in evenwicht zijn. De D wordt gevonden in Ottilie, het nichtje van Charlotte. Momenteel zit zij in een pensionaat en het zal haar ontwikkeling goed doen, om een poos aan het hof te verblijven. Zo kunnen Eduard en de kapitein samen optrekken en Charlotte en Ottilie.

Helaas loopt het anders. Eduard en Ottilie worden als magneten naar elkaar toegetrokken, net als de kapitein en Charlotte. De laatste twee besluiten verstandig te zijn en de heiligheid van het huwelijk te respecteren en handelen derhalve niet naar de gevoelens die ze voor elkaar voelen. De hartstocht die Eduard echter voor de jonge en mooie Ottilie voelt, is zo heftig dat hij niets anders kan dan ernaar handelen. Dit blijft uiteraard niet onopgemerkt en Charlotte en de kapitein doen alles om de twee uit elkaar te houden. Eduard heeft echter zijn keuze gemaakt en wil van Charlotte scheiden en verder met Ottilie. Ottilie wil op haar beurt alleen maar iets met Eduard beginnen als Charlotte akkoord gaat met een scheiding en niet eerder.
Na een serie noodlottige gebeurtenissen stemt Charlotte in met een scheiding, maar Eduard en Ottilie eindigen niet sprookjesachtig lang en gelukkig…

Het nut?
Als je dit boek zonder enige kennis en achtergrondinformatie leest, is het anno 2010 een matig boek. Eduard is een drammer, het is niet duidelijk waarom Ottilie zo geweldig is en modern is het ook niet; vrouwen en het gewone volk komen er nogal bekaaid vanaf. Goethe blijft nogal eens hangen bij landschapsbeschrijvingen en de dialogen zijn behoorlijk houterig. Het is een soort vroeg 19e eeuwse soap, waarin verschillende thema’s worden behandeld. Als je het zo bekijkt, voegt deze vertaling van Ria van Hengel – hoe briljant ook – niets toe. Het boek is immers al vaker vertaald.

Echter dien je het niet zo te bekijken. Tweehonderd jaar geleden gebruikten schrijvers niet dezelfde technieken en stijlmiddelen die de lezer anno nu gewend is; die moesten allemaal nog uitgevonden worden. En waar Eduard in 2010 allang gescheiden was van Charlotte om met Ottilie in een vinexwijk te gaan wonen en een snelle sportauto aan te schaffen, was scheiden in 1809 een stuk moeilijker. Anno nu hadden Eduard en Ottilie allicht stiekem al van elkaars verboden vruchten geproefd, maar anno 1809 moet hij haar eerzaamheid respecteren en is het meest opwindende wat de twee meemaken een innige omhelzing en een kus op de lippen (die Ottilie overigens niet beantwoord, deugdzaam als zij is).

En zo moet je het boek ook lezen. Het is geen roman die je ‘effe’ leest. Het is een tijdloos document, een stuk dat inzicht geeft in het leven, de tradities, normen en waarden van toen. Een document dat de tand des tijds heeft doorstaan. Het is een kunstwerk. Een kunstwerk dat door Ria Van Hengel is gerestaureerd en opnieuw door een vernislaagje is voorzien, waardoor wij het nog beter kunnen bekijken en kunnen genieten van het stuk zoals de auteur deze destijds geschreven heeft.

In dat kader ontvangt deze vertaling vier van de vijf roze kogels. Het zal niet iedereen kunnen bekoren, maar het hoort wel bij ons erfgoed.