Ja, ik vond het ook wat raar toen ik het las. Maar wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat spermacellen helemaal niet zwemmen, maar kruipen en zelfs botsen zo nu en dan. Ik ben 35 jaar, dus ik mag wel haast maken nu ik weet dat die paar overgebleven eieren van mij bereikt moeten worden door kruipende cellen.
Spermacellen zwemmen dus niet vrolijk naar de baarmoedermond en eierstokken. Via de wanden kruipen ze naar de eicellen. Ik vind het ook een raar praatje worden hoor. Maar ik leg het toch nog even uit. Ze kruipen zich dus een weg naar boven. Als ze een bocht tegenkomen, gaan ze gewoon door tot ze tegen een muur knallen. Een wand. Want een baarmoedermuur klinkt wel heel gek. Ze botsen tegen de wand. Wat ze daarna doen weet ik niet. Dat stond niet in het verslag van het wetenschappelijk onderzoek. Ik denk dat ze dan óf de eicel bevruchten óf afsterven in het, zoals dat heet volgens het officiële-termen-boek, voortplantingsstelsel. Ik ben nog al visueel ingesteld. Dus deze kruipende spermacellen zijn, sinds het lezen van het stuk, op mijn netvlies gebrand. Dat klinkt ook goor.
Laatst vroeg iemand mij weer, alwéér, of ik kinderen wil. Want ik ben al bijna 36 jaar. En dan heb je niet veel eicellen meer over. Dus dan wordt het moeilijker. Ik heb momenteel geen vriend. En vaak hebben mijn dates al kinderen. En meestal willen zij dan geen ‘tweede leg’ zoals dat, héél plat, heet. Ik vind dat zo’n viezige uitspraak. Past prima in dit verhaal. Ik hoefde dus ook niet zo nodig. Ik dacht er zelfs eigenlijk nooit over na. Tot dat verdomde artikel! En al die vragen en het besef dat mijn eieren minder in aantal worden en de spermacellen dus niet lekker tegen de stroom op blijken te zwemmen, als wilde zalm tegen een waterval, maar omhoog kruipen via de wanden.
Sinds het lezen van het stuk vraag ik me ook af of het mannen aantast in hun mannelijkheids-gevoel, want ze schijnen er vaak grapjes over te maken en op te scheppen over hoe snel dat spul is. Ze houden nog net geen wedstrijdjes. Maar ik kan me voorstellen dat het niet leuk is te weten dat hetgeen waarvan je denkt dat het krachtig, sterk én snel zwemmend is, eigenlijk gewoon moeizaam vooruit kruipt. Als een naaktslak langs een Bretonse hoge, steile rotswand aan het strand.
En sinds dat artikel ben ik dus ineens gedwongen na te denken over het hele voortplantingsverhaal. Ik heb namelijk nog geen last van een tikkende klok. Of nu ineens wel? En komt dit door alle vragen? En het nieuwsfeit? Na mijn ei-paniek heb ik besloten de kruipende spermacellen te laten voor wat ze zijn en gewoon maar weer eens te gaan daten. Want dat is leuk. En na die lastige vragen des levens moet dat niet zo moeilijk zijn.
Want ik ben heus niet zo’n kieskeurig type als iedereen denkt. Het maakt mij namelijk helemaal niet uit of een man lang of klein is, haar of geen haar heeft of af en toe eens rookt.
En het kan mij dus ook totaal geen ene moer schelen dat mijn verkering-to-be langzaam, kruipend, zaad heeft.

