Ouder worden is niet erg

Afgelopen weekend werd ik vijfentwintig. Een noemenswaardige leeftijd, vind ik zelf. Wanneer je klein bent, wil je graag ouder zijn. Toen ik twaalf was, kon ik niet wachten tot ik dertien werd. Want dertien klonk véél volwassener. Zodra je iets ouder wordt, wil je echter ineens alleen nog maar terug naar je jongere jaren. Tweeëntwintig, dat vond ik een prima leeftijd, waarom kon dat niet gewoon iets langer duren? Nu ik vijfentwintig ben geworden heb ik dat een beetje losgelaten. Want vijfentwintig is een mooie leeftijd en ouder worden is niet erg.

Ouder worden. Mensen hebben er ontzettend veel moeite mee. Weer een jaar erbij, weer een stapje verder richting de dertig. De veertig. De vijftig of de zestig. Maar wat is er nu eigenlijk zo erg aan ouder worden? Met ieder jaar dat je erbij krijgt, krijg je er (als het goed is) ook een flinke dosis wijsheid bij. Of ervaring in ieder geval. Je hebt geleerd van de dingen die je in je vorige levensjaar hebt meegemaakt. Dingen die je vormen.

Je persoonlijkheid blijft, in ieder geval voor een lange tijd, in beweging. Ik merk dat aan mezelf net zo goed als aan de mensen om me heen. Door de jaren heen verander je. Een bepaalde basis aan karakteristieke eigenschappen heeft iedereen, maar met de jaren ben je je persoonlijkheid eigenlijk aan het ‘finetunen’. De minder goede eigenschappen worden onder handen genomen, gematigd en gestuurd. Zo merk ik dat ik in de afgelopen jaren minder verlegen ben geworden, meer voor mezelf opkom en probeer mijn angsten te overwinnen. Of in ieder geval terug te dringen tot normale proporties.

Aan de andere kant leer je harde lessen. Maar ook die lessen zijn uiteindelijk goed voor je, en leerzaam niet te vergeten. Zo kun je mensen altijd vertrouwen op hun woord, denken dat iedereen het goed met je voorheeft, maar zo zit de wereld nou eenmaal niet in elkaar. Ooit zul je gekwetst worden, zal jouw inzet en effort in wat voor relatie dan ook anders beantwoord worden dan je had gehoopt of zal blijken dat sommige mensen niet te vertrouwen zijn. Van dit soort levenslessen kun je verbitterd raken, maar in plaats daarvan kan je er ook voor kiezen ervan te leren. Leren minder naïef te zijn en niet altijd maar te geloven wat de mensen je vertellen.

Het ‘finetunen’ van je persoonlijkheid werkt dus in principe twee kanten op. Je slechte eigenschappen probeer je te verbeteren of te matigen, je misschien wel iets te goede eigenschappen hebben af en toe een dosis realiteit nodig. En nu ik vijfentwintig ben en de laatste dagen veel heb nagedacht over wat ik sinds, laten we zeggen, mijn puberteit heb geleerd, vind ik dat ouder worden helemaal zo gek nog niet. Ik kan veel beter met bepaalde situaties omgaan, laat minder over me heen walsen, heb een fantastische groep lieve, loyale vrienden om me heen opgebouwd en een al net zo lief en loyaal vriendje. Ik heb geleerd beter met tegenslagen om te gaan en niet altijd maar te denken dat alles in de soep loopt. Of dat ik van alles verkeerd doe.

‘Wijsheid komt met de jaren’, zeggen ze wel eens. Vroeger vond ik dat een vreselijk oubollige opmerking. Ja ja, het zal allemaal wel. Maar het klopt toch echt. Hoe ouder je wordt, hoe meer levenservaring je krijgt. Soms verlangde ik terug naar het kind zijn, geen zorgen en geen verantwoordelijkheden. Maar teveel terugkijken heeft nog nooit iemand iets opgeleverd, behalve het terugkijken op de jaren die je achter de rug hebt en wat je daarin allemaal hebt beleefd en geleerd. En ik denk dat levenservaring en prachtige, alsmede minder prachtige herinneringen, zonder enige twijfel opwegen tegen een jaartje, of een rimpel, erbij.