Waarom wantrouwen we automatisch mensen?

Afgelopen zaterdagavond belandde ik op Utrecht Centraal station en was ik genoodzaakt een tijd op mijn trein te wachten, vanwege de alomtegenwoordige omleidingen op ons spoornetwerk. Alle winkeltjes waren dicht. Gegeten had ik al. Een half uur op het perron gaan staan wachten vond ik geen aantrekkelijk optie. Dus ben ik op een bankje gaan zitten. Wat er toen gebeurde…

Verdiept in mijn telefoon, word ik me opeens bewust van iemand naast me die zo nu en dan een kreun, kraak of gemompel uitstoot. Afgeleid, kijk ik nieuwsgierig op naar wie ik dan naast me heb zitten. Een zigeunerachtige vrouw. Ze lijkt ouder dan ze is, waarschijnlijk omdat ze behoorlijk flink gebouwd is en geen verzorgd uiterlijk heeft. Het geluid dat ze produceert is onverstaanbaar, maar ze lijkt toch daadwerkelijk een boodschap over willen brengen. Op mij.

“Amsterdam.” Oké. Sorry?
“Trein Amsterdam.” U wilt met de trein naar Amsterdam?
“Ja, hoe laat?” Ik zal het even voor u opzoeken, nu ik mijn telefoon toch in mijn hand heb.
“Perron.” Laat dat er toevallig bij staan! 5a mevrouw.
“Lift.” Ik begin de codetaal te begrijpen en er duidelijke volzinnen in te herkennen. Of ze dus met de lift naar beneden kan om op het perron te komen. Ik vermoed van wel ja.
“Kom mee.” Maar, mevrouw, ik kan de lift vanuit hier aanwijzen. Kijk, daar is ‘ie.
“Kom, lift bellen.” Nou, vooruit, we gaan samen de lift bellen.

Ondertussen sta ik op en gaat het volgende door mijn hoofd: stel dat ze lokaas is en al haar zigeunerkinderen en -kleinkinderen verdekt opgesteld staan door de hele stationshal, om zo’n dutsel als ik rap van haar tasje te beroven als ze met Di Mama meeloopt? Is dit realistisch om te denken? Ik besef ook, dat er nog voldoende mensen om me heen lopen, die er dus voor zullen zorgen dat het voor eventuele rovers te moeilijk zal zijn om een geschikt moment uit te kiezen om de aanval te plegen.

Mevrouw strompelt rustig achter mij aan en ik vind dat ik deze gedachte uit mijn hoofd moet zetten. Belachelijk. Het komt gewoon door de overvloed aan onheil die in de media beschreven wordt, dat we (ik) geneigd zijn (ben) snel beangstigende scenario’s in ons hoofd te prenten.

Ik vraag nog of het met de roltrap niet gaat. “Nee, eng.”
Sneu dat ze dus niet iemand bij zich heeft – familie, vrienden – die haar in de arm kan nemen op die roltrap om die angst weg te nemen. Ik voel dit nu even niet als mijn taak.
Ik bel de lift.
“En dan? Etage? Knop?” Dat wijst zich vast vanzelf, toch?
“Nee, kom mee!” Weet u wat, ik druk wel op het juiste knopje en dan komt u er vast wel uit.
“Ja, dankje!” Geen probleem, succes!

Eenmaal terug op het bankje, komen er twee mannen aan lopen. Het zijn van die driezitjes en mensen hebben de gewoonte om zich op de uiteinden van die bankjes te plaatsen. De man die te laat was voor het zitje ver van mij af blijft schokschouderend staan. Tja, te laat!
Maar ik gebaar hem dat er nog gewoon een plek vrij is en hij daar natuurlijk kan gaan zitten.

“Hi, ik ben Bert.” En hij geeft me een hand. Hallo, ik ben Nicky.
“Ik ben architect en net op reis geweest naar St. Tropez et cetera, blabla… En ik zit nu in zo’n flow.”
Ja meneer, dat ruik ik. Alcohol. “En ik heb twee zoons.”
“Patrick. En Erwin, die is ook architect.” Interessant, boeiend en erg leuk om te horen Bert!
“Nou lieve Nicky, ik zag je zitten en ik heb mensenkennis. En je hoeft van mij niets te vrezen.”
Hij legt een hand op mijn been. Dat hoefde van mij eigenlijk niet per se. Gelukkig haalt hij hem er ook weer af.
“Nu ga ik naar Nieuwegein, de bus pakken. Lieve Nicky.” Legt zijn hand weer op mijn been. Nu haal ik hem eraf.
“Had ik me al voorgesteld?” Ja hoor Bert, dat had je.
“Tot ziens!”
Daag.

Al zoekend naar de bus in de stationshal spreek hij de volgende jongedame aan en staat met haar nog tien minuten naar het scherm met de treintijden te gebaren. Hij komt waarschijnlijk iets tekort in zijn leven. Zoals we natuurlijk allemaal wel iets tekortkomen. Of op zijn minst het gevoel hebben dat we iets tekortkomen.

Het vreemde is, dat ik redelijk defensief reageer op dit soort situaties. Niet per se fysiek, maar in mijn hoofd rinkelen alarmbellen. Niet terecht. Denk ik. Maar je weet nooit.

  • Omar

    Hahahaha. Wantrouwend zijn we denk ik allemaal. De ene meer als de ander. Voordeel is dat het je wel voorzichtiger maakt en je vaker alert bent.