Wil je niet lomp overkomen? Zeg deze dingen dan nooit tegen mensen met psychische problemen

Wil je niet lomp overkomen? Zeg deze dingen dan nooit tegen mensen met psychische problemen

Tags:

Niemand is zo lomp om tegen iemand in een rolstoel te zeggen dat hij gewoon positiever moet gaan denken, en niet zo afhankelijk van zijn rolstoel moet zijn. Tegen iemand met suikerziekte zegt niemand dat ze het leven ook zonder insuline aan moeten kunnen. Logisch, dit zijn lompe en kwetsende opmerkingen. Maar tegen mensen met psychische problemen zeggen we ongemerkt de meest lompe dingen.

Is iemand depressief? Zeg niet dat ze ‘gewoon meer leuke dingen moeten doen’

Het kenmerk van depressiviteit is namelijk dat niets meer leuk is. Daarom ben je depressief. Dan kun je wel “leuk” op een terras gaan zitten, maar de kans is groter dat je je alleen maar ellendiger voelt, omdat je snapt dat dit leuk zou moeten zijn, maar je dat niet voelt.

Sterker nog, sommige mensen die worstelen met een depressie, voelen zich alleen maar ellendiger door dit soort goedbedoelde opmerkingen.

Wat er nu precies in de hersenen gebeurt tijdens een depressie is nog steeds niet 100% duidelijk, maar het vermoeden is groot dat cortisol delen van de hersenen lam legt, en dat mensen onvoldoende serotonine en dopamine aanmaken of opnemen. Leuke dingen doen is dus geen oplossing. Veel slapen (want dan herstellen je hersenen), stress vermijden en eventueel medicatie in combinatie met therapie is de manier om van een depressie af te komen.

En als die depressie afzwakt, dán is het inderdaad goed om weer leuke dingen te gaan doen en opnieuw te leren genieten.

Bagatelliseer de problematiek niet, en vergelijk het niet met je eigen situatie

Zou je tegen iemand met een dubbele longontsteking zeggen dat jij ooit de griep hebt gehad, en dat je toen ook niet de hele dag in je bed bleef liggen?

Nee, natuurlijk niet. Iedereen snapt dat een griepje heel wat anders is dan een dubbele longontsteking.

Maar als S. uitlegt dat ze manisch depressief is en wat dat precies is, krijgt ze heel vaak te horen dat mensen ‘ook wel eens een rotdag hebben en daarna weer bomvol energie zitten. Zijn zij dan ook manisch depressief?’

Nope.

Een rotdag of een rotperiode is niet hetzelfde als een depressie. Een (hyper)actieve fase is niet hetzelfde als een manie.

Dit soort opmerkingen zijn vaak goedbedoeld, maar ze richten meer kwaad aan dan goed. Onbedoeld kun je zeggen dat je iemand eigenlijk maar een aansteller vind. Jij hebt namelijk (heel ergens in de verte) dezelfde symptomen en jij functioneert toch wél als een “normaal” mens? Waarom kan de ander dat dan niet?

Aan iemand met schizofrenie vraag je immers ook niet of jij aan de antipsychotica moet omdat je ook wel eens in jezelf praat. Hou dit soort opmerkingen dus gewoon voor je, en stel vragen als je iets niet begrijpt, in plaats van matige aannames te doen.

Dwing of adviseer mensen niet om datgene te doen wat ze zo moeilijk vinden

Iemand met anorexia moet ‘gewoon met twee boterhammen ontbijten, want dan komt je eetlust vanzelf terug’.

Iemand met pleinvrees moet ‘gewoon gezellig mee naar de kroeg, dan kun je ervaren dat het niet eng is, maar ontzettend leuk’.

Iemand met een depressie moet ‘gewoon meer focussen op het positieve.’

Iemand met arachnofobie moet ‘gewoon elke dag een vogelspin knuffelen.’

Iemand met suikerziekte moet ‘gewoon effe zelf die insuline aanmaken, ja!’

Psychische problemen kun je je niet ‘even overheen zetten’. Afhankelijk van waar je mee worstelt, kan het een lange weg naar herstel zijn, en in sommige gevallen zal je moeten accepteren dat je wél kunt leren omgaan met je psychische ziekte, maar er nooit vanaf komt.

Een van de doelen van therapie is juist de dingen te doen waar je moeite mee hebt. Een anorexiapatiënt leert opnieuw te eten, de agorafoob voorkomt dankzij ademhalingsoefeningen en cognitieve gedragstherapie een paniekaanval in een drukke kroeg.

Dit zijn grote en moeilijke stappen, die alleen met goede begeleiding haalbaar zijn.

Als je gedwongen wordt zo’n stap te nemen door iemand die er geen verstand van heeft, is de kans klein dat je opeens van je klachten geneest. Sterker nog, je krijgt wederom een negatieve bekrachtiging, waardoor je problemen alleen maar hardnekkiger worden.

Maar wat mag ik dan wel doen?

Het is misschien een schokkende verrassing, maar mensen met psychische problemen zijn net gewone mensen. Er zijn dingen die ze wel fijn vinden, en die ze niet fijn vinden. Als je zo iemand wilt helpen, kun je dus gewoon vragen hoe.

Naar de kroeg is misschien te hoog gegrepen, maar je kunt wel samen een wandeling maken door een onbekende wijk. En ‘iets leuks doen’ mag dan geen optie zijn, je kunt ook samen op de bank hangen en een film kijken.

Maar de belangrijkste tip die ik kan geven is: luister. Luister en stel vragen, ram niet je eigen mening bij iemand door zijn/haar strot. En als je ziet dat ze zelfdestructief gedrag vertonen, mag (moet!) je dat natuurlijk wel aankaarten, maar stel dan voor om samen op zoek te gaan naar een leuke professionele hulpverlener, in plaats van zelf de gemankeerde psycholoog uit te hangen.

Om mij nog onbekende reden blijven psychische ziektes een taboe in Nederland. Doorbreek dit taboe door iemand met een psychische ziekte hetzelfde te behandelen als iemand met een gebroken been, suikerziekte of de griep.

***
Judith heeft zelf (op dit moment) geen psychische problemen. Wel heeft ze issues met mensen die niet snappen hoe ze feedback moeten geven. Wil je Judith feedback geven? Laat een reactie achter of stuur haar een Tweet. Vindt ze leuk, helemaal als je mee wilt helpen om psychische ziektes uit de taboesfeer te trekken!

Foto: Helga Weber | Flickr