Sylvia Witteman is grappig. Ze schrijft altijd over herkenbare zaken en weet dit zo te brengen dat je doodnormale dingen opeens heel raar gaat vinden. Of bijzonder. Of grappig. Voor het theater schreef ze het stuk ‘De Huisvrouwmonologen’ en het script is ook in boekvorm te krijgen.Gijsje is 27 jaar, gewenst kinderloos, heeft smetvrees en is accountmanager bij een reclamebureau, waar ze een campagne voor een ‘revolutionair’ schoonmaakmiddel moet bedenken. Haar moeder Elise is 63, pensionado en komt tot de schokkende constatering dat ze blut is. Met als gevolg dat ze gaat gokken en veel te dure kleren koopt. Hun nichtje Saskia is 41, en is ontslagen bij een krant, dus besluit thuis als freelancer aan de slag te gaan. Dit freelancen bestaat voornamelijk uit de zorg voor haar drie kinderen, klagen over het huishouden, rotzooien met haar minnaar en veel drinken.
De drie dames komen geregeld samen om over hun levens te praten en zijn het vaak chronisch oneens. Vooral de spanning tussen moeder Elise en dochter Gijsje is vermakelijk. Elise vindt zichzelf een goede moeder, omdat ze Gijsje zo lekker vrij en zonder conventies heeft opgevoed – compleet anders dan haar eigen opvoeding, waar een goedgevulde linnenkast voor je uitzet het hoogste doel was.
Gijsje had echter liever een thuisblijfmoeder, die samen met haar thee zou drinken om over het leven te kletsen, in plaats van een moeder die in Afrika verschillende mannen oppikt en voornamelijk bezig is met haar eigen ontwikkeling. Ondertussen slooft Saskia zich uit voor haar kinderen, door voor iedereen een aparte maaltijd te koken en lieve briefjes in hun lunchtrommels te doen. Maar oh wee als iemand de verkeerde lunchtrommel mee naar school neemt, dan krijgt Saskia de wind van voren omdat er iets heel erg smerigs in het trommeltje zit.
En zo keuvelen de dames gezellig door en proberen ze te ontdekken wat een huisvrouw is, en waarom moderne vrouwen zichzelf geen huisvrouw meer noemen. Omdat een kabbelend theaterstuk (of boek) niet boeiend is, zorgt Witteman voor een aantal plottwists. Helaas zijn deze behoorlijk cliché, en is het happy end wel heel erg suikerzoet.
Bij een boekje als ‘De Huisvrouwmonologen’ moet je aan verwachtingsmanagement doen. Verwacht geen diepgaande analyse over de positie van vrouwen in de maatschappij, maar oppervlakkig gekeuvel met her en der een sneer. De drie dames zijn behoorlijk cliché, wat ook logisch is, want nuances werken vaak niet lekker op een podium.
Uiteindelijk leest het boek ontzettend lekker weg en zorgt voor vermaak en verstrooiing. Daarom krijgt ‘De Huisvrouwmonologen’ drie van de maximaal vijf roze kogels.

