Aesthetica

Tolstoj zei ooit; ‘iets is kunst als het een expressie uitdrukt van de kunstenaar’. Iets wat me logisch in de oren klinkt en waar ik het voor een groot deel ook wel mee eens ben. Maar toch lijkt er een kinkje in de kabel te zitten. Een kinkje dat we gisteren tijdens mijn eerste college Esthetica besproken hebben.

Het blijft een vraag waar niemand ooit echt een sluitend antwoord op lijkt te kunnen geven of wat in ieder geval stof is voor veel discussie; ‘wat is kunst?’ Moet kunst goede kunst zijn om kunst te zijn? We lijken aan te nemen dat kunst wel iets met goede kunst te maken moet hebben. Maar wie bepaalt of het goed is? Wie bepaalt de criteria? Laat me jullie even met een beetje filosofie- en kunstgeschiedenis om de oren slaan;

Na 1750 ontstond er veel meer disciplinaire samenhang in het nadenken over kunst, mede doordat een schrijver en filosoof genaamd Baumgarten zijn boek ‘Aesthetica’ schreef. De esthetica is nu erkend als een filosofische discipline die zich met waarneming en schoonheid bezighoudt. Uiteraard werd er voor 1750 ook nagedacht over kunst, bijvoorbeeld door Plato en Aristoteles. Kunst werd veelal instrumenteel begrepen, het had een doel. Men wilde dat de kunstenaar de werkelijkheid weergaf. In de Middeleeuwen was het zelfs zo dat de hand van de kunstenaar onzichtbaar moest zijn ten gunste van de afbeelding. Op deze manier verhield de afbeelding zich rechtstreeks tot jou, de afgebeelde heiligen keken je rechtstreeks aan.

Pas in de Renaissance komt er op het gebied van kunst een nieuw perspectief; de esthetische ervaring van de beschouwer, degene die naar het werk van de kunstenaar kijkt, wordt veel belangrijker. In de 17e eeuw, ten tijde van de Verlichting, komt de mens en de menselijke vooruitgang centraler te staan en wordt niet meer uit gegaan van autoriteiten of het idee dat God onze schepper is en alles om hem zou draaien. De wereld volgt causale wetten en zit mechanisch in elkaar, een wereldbeeld dat vanaf dan gebaseerd is op observatie. Alles draait om de mens en binnen dit stramien krijgt kunst veel meer een autonoom karakter. Uiteindelijk, in de 18e eeuw, wanneer het boek van Baumgarten verschijnt, ontstaat er een groepering binnen de kunsten die los staat van ambachtelijkheid. Verschillende disciplines binnen de kunst krijgen nu ook een naam en een plaats.

Toch blijft het nu nog steeds heel lastig om de vraag ‘wat is kunst?’ te beantwoorden. Allereerst gaat kunst nu veel meer over iets ‘zijn’ dan iets afbeelden. Veelal zijn kunstwerken geen weergaven meer van de werkelijkheid, maar conceptuele beelden, waarin de innerlijke, emotionele wereld van de kunstenaar een veel grotere rol lijkt te spelen. Er kwam toch redelijk wat kritiek op de uitspraak van Tolstoj (‘iets is kunst als het een expressie uitdrukt van de kunstenaar’). Zo werd de uitspraak circulair genoemd, maar het meest voorname punt van kritiek is of het eigenlijk wel duidelijk is wat voor persoonlijke expressie de kunstenaar wil uitdrukken. Herkennen wij deze expressie als hij herkend zou moeten worden? Heeft de kunstenaar deze expressie enkel in het werk willen leggen, of heeft hij deze gedurende het hele proces gehad? En hoe kunnen wij dit zien? Komt een persoonlijke expressie wel over als wij het soort gevoel dat de kunstenaar wil overdragen, zelf nog nooit ervaren hebben?

Dit zijn vragen die me enorm bezighouden en waar ik me de komende jaren in ga vast bijten. Zelf heb ik werk gemaakt dat ook enorm gevoelig en conceptueel is en ik heb het gevoel dat dat lang niet bij iedereen op de manier waarop ik het bedoelde, overkomt. Hoe denken jullie hierover? Zijn er bepaalde universele expressies die iedereen begrijpt en is het daarom dat veel mensen eenzelfde kunstenaar bewonderen? Of kijken mensen nog steeds met name naar het kleurgebruik, de mooie vormen, figuratie of juist abstractie? Waar kijken jullie naar?