Mijn week met Jean-Paul Sartre

“Er is een dubbele zon voor nodig om de bodem van menselijke domheid te verlichten.” (Nekrassov, 1956) Jean-Paul bekoort me met zijn uitspraken. Herkenning voel ik, tegelijk met irritatie. Frustratie. Woede misschien zelfs. Inderdaad, J-P, “de hel, dat zijn de anderen”. De anderen. Wie zijn die anderen eigenlijk precies? De mensen waarmee je je regelmatig omringt? Of ook de anderen die je toevallig in de trein, op de fiets of in de collegezaal ziet? En in hoeverre worden we bepaald door anderen? Hoe groot is het aandeel dat zij hebben in onze persoonlijkheid? En hoe groot is hun invloed? Sartre stelt dat het leven “wordt gevoeld, wordt beschouwd” door middel van de anderen. Het zijn de anderen die ons bewust maken van onszelf en van de triestheid van het bestaan. We hebben de anderen zelfs nodig om te bestaan. Afgezien van het feit dat deze stelling redelijk multi-interpretabel is, denk ik dat Sartre aardig raakt aan de kern. Het is inderdaad waar dat anderen ons bewust maken van onszelf. Ik denk dat wij dit in grote mate ook zelf kunnen –en doen –, maar het zijn de anderen die ons kunnen vertellen hoe we zijn. Die wellicht patronen in ons handelen of denken herkennen die we zelf nog niet hadden ontdekt. Die ons kunnen vertellen dat we onredelijk zijn en waarom. Vaak begrijpen we pas hoe we ons gedragen, wanneer een ander ons erop wijst. Wat je hier vervolgens mee doet, is aan jezelf. Egocentrische, koppige, eigenwijze mensen, zullen het moeilijker hebben met deze bewustwording-middels-de-anderen, dan mensen die minder op zichzelf gefocust zijn. En dat brengt ons bij het...read more

WhatsApp is de mobiele versie van MSN

WhatsApp is het nieuwe Facebook, las ik een paar maanden geleden in de krant. Dat leek me toen nog overdreven, maar inmiddels zit ik tot over mijn oren in een paar actieve WhatsApp-groepen. Als ik het geluid niet uit had staan was ik al lang gillend gek geworden. Misschien is WhatsApp nog wel het beste te vergelijken met hoe we MSN Messenger gebruikten rond het jaar 2000, maar dan mobiel. Ik kan me alleen niet herinneren of je in MSN ook groepen kon aanmaken. Ik denk het niet. Zonder de groepen zou WhatsApp weinig meer zijn dan sms via internet; nu is het hard op weg populairder te worden dan Facebook. WhatsApp-groepen zijn er in vele soorten en maten. Elke vriendengroep heeft een WhatsApp-groep. Ik ken mensen die een groep hebben met hun directe familie: ouders, broers en zussen. Dan heb je WhatsApp-groepen die gerelateerd zijn aan een event: als je met vrienden naar een festival gaat bijvoorbeeld, of de Efteling, dan kun je via WhatsApp constant aan elkaar laten weten waar je bent en waar je naartoe onderweg bent, inclusief een foto van de wachtrij voor Joris en de Draak. Toen een vriendin van mij een baby had gekregen maakte haar man een WhatsApp-groep aan op zijn telefoon: “vriendinnen van M.” Zo kon hij in één bericht iedereen op de hoogte stellen van de geboorte, en konden we in de dagen erna de eerste foto’s en filmpjes ontvangen. Toen J. geboren werd, had ik zelf nog geen smartphone. Ik had in mijn Nokia een contactengroep aangemaakt zodat ik per sms, in maximaal 140 tekens per bericht, mijn vrienden...read more

Vanaf nu date ik zonder al die belachelijke regels

‘Zijn er dan regels, Marlies?’ Nou, iedereen zegt van niet, zo ook ik, maar ze zijn er dus mooi wel. En ik word er knettergek van. Van wat wel en wat niet ‘mag’. Je mag in ieder geval niks meer spontaan doen. Berekenend te werk gaan is de nieuwe romantiek. Gatver! Ik date zo nu en dan. De laatste tijd heb ik vooral gemerkt dat ik van daten, nou ja, het gedoe eromheen, moe word. En bijna agressief. Want ik mag van alles niet. Ik heb liever dat ik van alles wel mag. Als ik voor of na een date wil zeggen dat ik het leuk vind of vond, dan moet ik daar volgens de ‘experts’ vooral mee wachten. Hij moet eerst iets zeggen. En zeggen is al niet waar, want er wordt doorgaans meer getypt dan ouderwets telefonisch gesproken. Je moet dus altijd maar braaf wachten als je mensen, heel dom, maar iedereen doet het, om advies vraagt. Ik ben geen wachter en ik zeg graag, correctie; typ graag, wat ik wil. Zonder na te denken. Dus ook zonder drie verplichte wachtdagen voor ik spontaan iets naar iemand mag uiten. En ik ben veel te hyper om dingen die ik denk en wil zeggen, uit te stellen. Het zal ergens goed voor zijn, anders zou het niet bedacht zijn. Maar ik ben er klaar mee, met dat gespeel van tactische spelletjes. Vroeger won ik al niet met spelletjes, dus ik zal er nu ook niet bijzonder succesvol in zijn. Luisteren naar advies van vrienden of vriendinnen is totaal geen goed idee. Niet onaardig bedoeld hoor. Maar wat weet...read more

Waarom wantrouwen we automatisch mensen?

Afgelopen zaterdagavond belandde ik op Utrecht Centraal station en was ik genoodzaakt een tijd op mijn trein te wachten, vanwege de alomtegenwoordige omleidingen op ons spoornetwerk. Alle winkeltjes waren dicht. Gegeten had ik al. Een half uur op het perron gaan staan wachten vond ik geen aantrekkelijk optie. Dus ben ik op een bankje gaan zitten. Wat er toen gebeurde… Verdiept in mijn telefoon, word ik me opeens bewust van iemand naast me die zo nu en dan een kreun, kraak of gemompel uitstoot. Afgeleid, kijk ik nieuwsgierig op naar wie ik dan naast me heb zitten. Een zigeunerachtige vrouw. Ze lijkt ouder dan ze is, waarschijnlijk omdat ze behoorlijk flink gebouwd is en geen verzorgd uiterlijk heeft. Het geluid dat ze produceert is onverstaanbaar, maar ze lijkt toch daadwerkelijk een boodschap over willen brengen. Op mij. “Amsterdam.” Oké. Sorry? “Trein Amsterdam.” U wilt met de trein naar Amsterdam? “Ja, hoe laat?” Ik zal het even voor u opzoeken, nu ik mijn telefoon toch in mijn hand heb. “Perron.” Laat dat er toevallig bij staan! 5a mevrouw. “Lift.” Ik begin de codetaal te begrijpen en er duidelijke volzinnen in te herkennen. Of ze dus met de lift naar beneden kan om op het perron te komen. Ik vermoed van wel ja. “Kom mee.” Maar, mevrouw, ik kan de lift vanuit hier aanwijzen. Kijk, daar is ‘ie. “Kom, lift bellen.” Nou, vooruit, we gaan samen de lift bellen. Ondertussen sta ik op en gaat het volgende door mijn hoofd: stel dat ze lokaas is en al haar zigeunerkinderen en -kleinkinderen verdekt opgesteld staan door de hele stationshal, om zo’n dutsel...read more

Boekrecensie: Wat ze je niet vertellen over mama zijn – Suus Ruis

Men neme een hardwerkende single vrouw, met deadlines die haar om de oren vliegen, een zoon van vijf jaar oud, inclusief alles wat daarbij komt kijken, liefde en verslaving voor dingen die niet altijd even goed zijn voor een mens en een partij humor. Oh, en veel zelfspot. Nou, dan krijg je mij al een heel eind mee in je verhaal. En dat lukte Suus Ruis, moeder van Caesar (5 jaar), freelance journalist en auteur van twee eerdere romans, dan ook enórm met haar nieuwste boek ‘Wat ze je niet vertellen over mama zijn’. In ‘Wat ze je niet vertellen over mama zijn’ vertelt Ruis op openhartige en humoristische wijze over haar ervaringen en bevindingen van het moederschap, gecombineerd met haar drukke werk. Maar dan werkelijk met echt álles eromheen, erop en eraan. En oprecht, dus niet altijd even subtiel en gepolijst. Een verademing! Ze laat niets onbeschreven. Van haar afkeer van poepende vriendjes (van haar zoon) in haar huis en haar chronisch tijdgebrek, tot de situaties met haar ex en het verdriet dat ze voelt als haar kind in pijn verkeert. Haar zoontje Caesar is dan ook de grote kleine hoofdrolspeler. Voor moeders is het boek waarschijnlijk een feest der herkenning. Ik ben geen moeder. Dus geen herkenning. Maar dat maakt totáál niets uit. Tijdens het lezen van het eerste hoofdstuk moest ik wel even wennen. Dat moet ik vaak. Ook bij films. Ik moet erin komen. En dat was ook nu het geval bij het eerste hoofdstuk dat over de oppas gaat. Bij het tweede hoofdstuk begonnen mijn mondhoeken al snel te krullen. En vanaf de daarop...read more

Boekrecensie: Handel in Veren – Rascha Peper

In maart 2013 overleed auteur Rascha Peper aan de gevolgen van alvleesklierkanker. Niet lang voordat ze er achter kwam dat ze ongeneeslijk ziek was, was ze gestart met het schrijven van haar beste werk tot nu toe; ‘Handel in veren’. In ‘Handel in veren’ staat de geschiedenis van de familie Bronkhorst centraal. Een bijzonder boeiende geschiedenis, want de opa van Wendy – Henk – was ornitholoog en trok in de jaren ’50 door Nieuw-Guinea om de Bruijns boshoen op te sporen. Zijn huwelijk met Minke was moeilijk, ze waren meer om praktische redenen getrouwd dan uit liefde. Maar in de jungle was Henk gelukkig; daar was zijn doel duidelijk. Iedereen was er van overtuigd dat de Bruijns boshoen was uitgestorven en Henk had maar een doel; bewijs verzamelen dat het dier wél nog bestond. Met de hulp van de lokale bevolking komt hij uiteindelijk op het spoor van de Bruijns boshoen en even lijkt alles in zijn leven goed te komen… Fast forward naar 2012, het jaar waarin Wendy wederom ruzie heeft met haar vriendje, en een paar dagen bij oma Minke gaat logeren. In een korte periode leert Wendy een heleboel dingen over haar familiegeschiedenis, waaronder een aantal schokkende feiten. In ‘Handel in veren’ rijgt Rascha Peper een aantal zeer boeiende verhaallijnen aan elkaar; Henk Bronkhorst in de jungle van Nieuw-Guinea, Wendy en Minke in Nederland en ene Rick in New York. Het wordt je als lezer vrij snel duidelijk wat deze verhaallijnen met elkaar te maken hebben, en Peper heeft een prachtig mozaïek opgezet. Ook al is het boek uiteindelijk een redelijk mooi rond verhaal, je merkt...read more