Boekrecensie: Schemerspel – Arnaldur Indriðason

Tot mijn grote verbazing is in ‘Schemerspel’ geen rol weggelegd voor norse inspecteur Erlendur. Eigenlijk logisch, want ‘Schemerspel’ speelt zich af in 1972, toen Erlendur nog een broekie was. Dus is het aan inspecteur Marion Briem om een brute moordzaak op te lossen… In een bioscoop wordt na afloop van een film een dode jongen in de zaal gevonden. De politie komt er al vrij snel achter dat de jongen de zeventienjarige Ragnar Einarsson is, een eigenaardige en stille jongen die nooit een vlieg kwaad heeft gedaan. Aanvankelijk zijn er dan ook geen aanknopingspunten, want niemand kan bedenken wie deze jongen bewust kwaad zou willen doen. Tot Briem erachter komt dat Ragnar vaak een cassetterecorder meenam naar de bioscoop, omdat hij het leuk vond om de geluiden van films op te nemen. Al snel ontstaat het vermoeden dat Ragnar iets heeft opgenomen wat hij niet mocht horen, en daarom is vermoord. Zijn rugzak en de cassetterecorder zijn niet gevonden in de bioscoop, en Briem is ervan overtuigd dat als ze een van de twee weten te vinden, ze deze moord kunnen oplossen. Briem heeft echter niet veel mankracht om op jacht te gaan naar de dader, want heel Reykjavik staat op zijn kop vanwege een schaaktoernooi. Niet zomaar een schaaktoernooi, grootmeesters Bobby Fischer en Boris Spassky nemen het tegen elkaar op. Amerika en de Sovjet-Unie eisen beide veel beveiliging, om hun kampioenen te bewaken. Het krioelt dan ook van de buitenlanders in Reykjavik, allemaal mensen die eventueel iets met de moord op Ragnar te maken kunnen hebben; de Koude Oorlog is immers in volle gang, en het zou zomaar...read more

Boekrecensie: Noordwaarts – Willy Vlautin

Willy Vlautin is muzikant en schrijver. Bij de roman ‘Noorwaarts’ krijg je dan ook een bijpassende CD cadeau. Gratis muziek; altijd fijn! Helaas is de CD net zo deprimerend als het boek… De 22-jarige Allison Johnson leidt een behoorlijk uitzichtloos leven. Ze heeft geen diploma’s, geen ambities, geen idee van wat ze wil en kan. Ze woon in Las Vegas en is omringd door mensen die net zo’n uitzichtloos bestaan hebben als zijzelf. Zo ook haar vriendje, Jimmy. Jimmy is helemaal voor White Power en tegen Mexicanen. Hij is dan ook trots lid van The World Church of the Creator, een racistische groep. In een dronken bui heeft hij het logo van deze groep – én een hakenkruis – op de rug van Allison laten tatoeëren. Ze is nu dus gebrandmerkt als racist, terwijl zij eigenlijk helemaal geen probleem heeft met buitenlanders. Wel heeft ze problemen met alcohol. Als je leven zo leeg en zinloos is, is het makkelijk om de pijn en uitzichtloosheid te verdoven met alcohol. Geregeld gaat ze out en weet niet meer precies wat ze allemaal heeft gedaan. Jimmy heeft er een hekel aan als ze zichzelf zo laat gaan, en heeft er geen moeite mee om dit op fysieke wijze duidelijk te maken. Hoe uitzichtloos alles ook is, Allison beseft diep van binnen dat er meer is, meer kan zijn. Dus besluit ze Vegas – en Jimmy – te ontvluchten als blijkt dat ze zwanger is. Ze gaat naar Reno, waar ze probeert van haar angsten af te komen, en iets op te bouwen wat enigszins op een normaal bestaan lijkt. Willy Vlautin geeft...read more

Overbodige opmerkingen: “wat ben jij wit!”

Nu het weer in Nederland de laatste week enigszins op zomer begint te lijken, kunnen eindelijk de bijbehorende fladderende jurkjes, korte rokjes en broekjes uit de kast worden getrokken. Heerlijk! Mij hoor je absoluut niet klagen, behalve over het feit dat mensen mij nu opeens massaal aanspreken op mijn witte vel. Ik ben een echte Hollander: donker haar, bijna 1.80 lang, blauwe ogen en spierwit. Ik ben niet gezegend met een mooi bruin tintje, al had ik dat dolgraag gewild. En áls de zon dan begint te schijnen, word ik niet bruin, zoals zovelen, maar behoud ik diezelfde witte teint. Ik kan zonnen wat ik wil, maar bruin zal ik nooit worden. Hooguit word ik beige, en dat is voor mij al reden genoeg om een fles champagne open te trekken. Elk jaar is het weer hetzelfde liedje. Zodra de temperaturen boven de twintig graden komen en ik net als iedereen in een zomers jurkje loop te paraderen, krijg ik dezelfde opmerkingen naar mijn hoofd geslingerd. “Goh, wat ben je wit!” “Jeetje, wat een melkflessen heb jij, zeg!” “Je benen geven bijna licht!” Waarop ik dan wil antwoorden: “Oh, wat fijn dat je ’t even zegt! Ik dacht al dat ik m’n witte legging nog aan had!” Wat is dat toch, dat mensen dit soort dingen zeggen? Inmiddels ben ik er wel aan gewend, maar leuk is anders. Toen ik in de puberteit zat en behoorlijk onzeker was, kon ik er zo nachten van wakker liggen als iemand een dergelijke opmerking maakte. Als we dan terugkwamen van vakantie was het weer zover: mijn ouders en broertje waren poepiebruin, en...read more

Een seksruimte voor daklozen. Goed idee?

Ik las dat in Brussel wordt nagedacht over het creëren van een speciale plek, waar dakloze meneren en mevrouwen de liefde met elkander kunnen bedrijven. Omdat zij daar in de meeste gevallen geen plek voor hebben. Maar als één van de twee de benen in de nek gooit, past dat toch heus wel in de eigen kartonnen verblijfplaats? De meningen over dit idee zijn vast verdeeld. En ik heb die van mij ook klaar. Trouwens, eigenlijk niet. Dat komt mede, doordat ik bij het idee alleen al afgeleid word door de viezeligheden die mijn netvlies flink bezig houden. Ik zag wel vaker dakloze mensen. Zonder tanden en aanslag op hun tong, waarmee ze dan moeten zoenen. Met gore voeten en de nagels zwart van alles dat eronder vastgekoekt zit. Vuil van de straat. En de kleding wordt vrijwel nooit ververst. Dus ik vrees dat het ondergoed, indien aanwezig, niet heel fris is. De genitaliën zullen op hun beurt waarschijnlijk geen dagelijkse wassessie ondergaan. En dat moet dan in elkaar en zo. Want zo gaat seks. Of zit er een douche in de gecreëerde voortplantingsplaats? Dan hebben ze gelijk een opfrisplek. Na het plezier samen schoon de straat weer op. Ik begrijp dat daklozen, net als de meeste mensen, behoefte hebben aan seksuele activiteiten. Daarom wordt de ‘liefdeskamer’, zoals het heet, opgericht. Door een vereniging die zich inzet voor de daklozen en hen wat meer intimiteit gunt. In steegjes is het natuurlijk ook soms wel wat kil en tochtig. En voor toevallige passanten is het ook niet altijd heel prettig om te aanschouwen. Maar moeten daklozen echt een aparte vrijpartij-kamer...read more

Boekrecensie: De laatkomer – Dimitri Verhulst

Dimitri Verhulst heeft allang en breed bewezen dat hij een geweldige schrijver is. Fijn, want als je iets nieuws van zijn hand leest, weet je dat je niet teleurgesteld wordt. Wel verrassend is dat ik bij het lezen van de eerste zin al hardop moest lachen en dit nog veel vaker heb gedaan tijdens het lezen van deze briljante roman. Désiré Cordier is vierenzeventig en zit in een tehuis. Hij is zo dement dat hij zijn vrouw en zijn twee kinderen niet meer herkent en elke nacht in zijn broek poept. Het hoort er allemaal bij. Echter verschilt Désiré op een punt van zijn medebewoners; zij zijn écht dement en Désiré doet maar alsof. Hij herkent zijn vrouw en kinderen nog prima, weet exact welke dag het is en kan nog prima woorden achterstevoren spellen. Hij is namelijk jarenlang bibliothecaris geweest, een echte intellectueel en er is niets mis met zijn grijze massa. Maar wat bezielt een gezonde zeventiger dan om juist datgene te faken wat zijn leeftijdsgenoten zo vrezen? Voor Désiré was het een eenvoudige keus, hij weigerde braaf te blijven doen wat de maatschappij van hem verlangt en wil eindelijk het heft in eigen handen nemen. Doen alsof hij dement is, is voor hem de rol van zijn leven. Eindelijk verlost van het gemekker van zijn vrouw Moniek, kan hij zijn leven nu zo inrichten als hij dat zelf wil. En waarom dan niet doen alsof je compleet van lotje getikt bent? Dit is natuurlijk een briljante invalshoek voor een roman, en Verhulst heeft er echt een prachtverhaal van gemaakt. Beeldend en geestig beschrijft hij hoe Désiré...read more

Boekrecensie: Tarantobloed – Katja Schoondergang

De twaalfjarige Quique woont in een tehuis omdat hij zijn broertje per ongeluk heeft verwond. Elk weekend mag hij naar zijn stiefvader en zijn vrouw, maar hij wil daar niet heen. Hij is daar niet veilig en ze houden zijn broertje weg van hem. Daarnaast heeft zijn stiefvader zijn echte moeder vermoord, maar niemand gelooft hem. Dus besluit Quique te vluchten, naar Sevilla, waar zijn echte vader woont. Lodi Visser werkt als beveiliger en als hij zijn avondronde bij het tehuis komt doen, kruipt Quique stiekem in zijn auto. Pas later die nacht ontdekt Lodi de kleine verstekeling en brengt hem terug naar het tehuis. Helaas is er niemand die de deur opendoet en neemt Lodi Quique mee naar zijn huis. Een goede daad, maar een domme zet. Want Lodi heeft eerder een wegloper geholpen en deze jongen werd de dag daarop dood aangetroffen. Lodi voelt zich verantwoordelijk, want hij heeft de jongen waarschijnlijk afgezet bij zijn moordenaar. Als bekend wordt dat Quique is verdwenen en hij in het gezelschap van Lodi is gesignaleerd, is iedereen er van overtuigd dat Lodi een pedofiel en/of moordenaar is. Hij heeft nu problemen op zijn werk, hij wordt lastig gevallen in de buurt en zijn ex houdt zijn dochters bij hem vandaan. Quique heeft geen boodschap aan de problemen van Lodi en weet te ontsnappen. Hij komt terecht in een verlaten schoolgebouw, waar Anneloes (liever ‘Anne’, want Anneloes is een stomme naam) stiekem flamencoles geeft aan buurtkinderen. De moeder van Quique was ook Flamencodanseres en hij voelt zich direct thuis bij dit zootje ongeregeld. Als Anne zijn verhaal hoort, besluit ze Quique...read more