De vraag of ik kinderen wil wordt mij reeds enkele tijd om de haverklap gesteld. Dat komt denk ik door mijn leeftijd. Wil ik kinderen? Ik vind het meervoud altijd een beetje dreigend klinken. Laat ik met één beginnen, denk ik dan. ĺk ja, want ‘we’ is er, nog, niet. Dat kind is dan ook niet heel logisch. Maar dat vergeet de vrager doorgaans. Of dat heeft er ineens niets mee te maken. Huh?

Goed, om terug te komen op de vraag of ik kinderen wil kan ik kort, maar ga ik lang antwoord geven. Om kinderen te maken en krijgen, moet je namelijk een partner hebben. Of niet, maar ik wil geen kind van een anonieme vader. Die, in mijn geval, man heb ik dus nog niet. Ik word bijna vierendertig jaar. Als ik in mijn vierendertigste levensjaar iemand leer kennen, dan kan het zijn dat alles sneller gaat dan wanneer men twintig is, samenwonen en ook de kinderkwestie. Want het is een kwestie. Of niet, maar het klinkt wel leuk.
Als de man nou héél leuk is, maar niet in staat om een kind te verwekken, dan kan ik bijvoorbeeld wel een kind willen, maar dan houdt het op. En om hem nou hiervoor te verlaten… Dus daar is obstakel numero uno. Dan kan het nog zo zijn dat deze meneer helemaal geen kinderen wil. Hij heeft er bijvoorbeeld al een paar, of hij houdt er gewoon niet van, net zoals ik niet van huisdieren hou. Het kan. Goed, op weg naar obstakel drie. Het kan natuurlijk ook dat ik ze niet kan krijgen, dat mijn eierstokken helemaal geen zin hebben in gedoe. Of misschien is er geen ei meer te bekennen. Goed, genoeg mogelijke obstakelige situaties dus.
Stel dat we lichamelijk en geestelijke beiden wel in staat zijn om kinderen te krijgen. Dan gaan we ze ‘maken’, ‘verwekken’, ‘bij elkaar ketsen’, of ‘al liefde bedrijvend hopen dat hij raak schiet’. En dat kan even duren. En duren. En in het slechtste geval, kan het nóg even duren. Dan gaan we aan de IVF en wordt de vraag die mij al zo vaak gesteld is, een obsessie. En dan lukt het. Of niet.
Zoals je leest is het best lastig om dit verhaal, keer op keer, vraag na vraag als antwoord te moeten geven. Maar een antwoord als: ‘wanneer de situatie zich dusdanig voordoet, waarin alle betrokken partijen het, over het in twijfel genomen project, eens zijn en in staat gesteld zijn dit te kunnen volbrengen, dán zou ik eventueel wel een kind willen’ roept vaak nog meer vragen op. Mijn antwoord klinkt wel interessant. Al valt het inhoudelijk best tegen.
Maar ik weet dus nooit wat ik moet antwoorden, want ik zit niet in een dusdanige situatie. En de zeurende vervolg vraag: ‘maar je kan toch gewoon ja of nee zeggen?’, wekt irritatie op. Nee, dat kan ik niet. Nee, ik ben geen vrouw met een tikkende klok, die ernstig op zoek is naar een verwekker, omdat ze bij haar Hyves vriendinnen profiel foto’s voorbij ziet komen van pasgeboren kroost. Ik zie die foto’s overigens wel. Dat heb ik trouwens nóóit begrepen, waarom vrouwen hun baby als profiel foto gebruiken. Maar dat is weer een vraag, voor een volgend moment.
Ik ga eten.

