Het nut en de valkuilen van positief denken

Meermaals heb ik van mensen te horen gekregen dat ik positief moest denken. Niet denken in doemscenario’s, niet altijd beren op de weg zien en niet alles negatief of met een flinke portie cynisme benaderen. Het afgelopen jaar ben ik redelijk getraind geraakt in het op een positieve manier inschatten van situaties. Maar wat is nu precies het nut van positief denken?

Je kent het vast wel; er overkomt je iets vervelends. Je hebt een belangrijke toets niet gehaald, jij en je vriend(in) zijn uit elkaar gegaan, je wordt ontslagen, dat soort dingen. Wat me opvalt is dat ‘je moet positief blijven’ een veelvoorkomende reactie is op dit soort gebeurtenissen. ‘Blijf positief, de volgende keer haal je die toets gewoon wél’, of ‘je moet positief denken, er zijn genoeg vissen in de zee’. Wat verandert dat positieve denken nu eigenlijk aan de situatie? Dit is een vraag die ik mezelf de laatste maanden vaak gesteld heb. Wat heeft het voor zin om positief te denken? Deze ellende wordt daar toch niet anders van?

En dat is waar ik een fout maakte. Positief denken verandert inderdaad niets aan de situatie, maar alles aan de manier waarop je met de situatie omgaat. Dit klinkt misschien voor de hand liggend, maar wanneer je door angst, ongeloof en woede niet meer goed weet waar je het moet zoeken, is het moeilijk hier een onderscheid in te maken.

Wanneer mensen zeiden; ‘blijf positief denken’ dacht ik dat als ik positief dacht dit de situatie ook anders, beter, zou maken. Wanneer je blijft denken ‘het komt goed’ en het lijkt er ineens op dat het helemaal niet goed komt, dan voel je je bedrogen. Belazerd. Boos. Ik moest toch positief denken? Nou, dat heeft dus geen klap geholpen!

Steeds maar blijven denken dat het wel goed komt, terwijl de mogelijkheid aanwezig is dat het niét goed komt, is een valkuil. En ik denk zelfs dat het geen ‘positief denken’ te noemen is. Als alles onzeker is en er gebeuren dingen waarover je geen controle hebt, is het constant ‘het komt wel goed’ herhalen in je hoofd eerder een manier om jezelf voor de gek te houden, dan echt proberen met de situatie te dealen. Positief denken gaat er eerder om dat je probeert van het beste uit te gaan en vertrouwen te hebben in anderen, of methodes, wanneer de uitkomst minder rooskleurig is. Wanneer je positief denkt, zoals ‘wat er ook gebeurt, we hebben elkaar en we vinden een manier om hier doorheen te komen’, bouw je een soort interne buffer op. Een buffer die veel meer aankan, dan wanneer je hem volstopt met gedachten als ‘wat een klotewereld’ of ‘alles gaat verkeerd’.

Ik ben erachter gekomen dat positief denken wel degelijk nut heeft. Dat het je kan helpen in het omgaan met negatieve gedachten en angsten. Wanneer een negatieve gedachte de kop op steekt, streep dan de ‘voors’ en ‘tegens’ van die gedachte tegen elkaar af en probeer een meer realistische, en vooral, meer positieve gedachte te construeren. Want denken dat alles altijd goed komt mag dan naïef zijn, denken dat alles verkeerd zal gaan of vervallen in paniek en angst, is weer veel te destructief. Realistisch blijven is het belangrijkst en voeg daar een snufje positiviteit aan toe. Wanneer je niet uitgaat van de dingen die verkeerd zouden kunnen gaan, maar van het goede dat je, wat er ook gebeurt, uit een situatie kunt halen, denk ik echt dat je gelukkiger bent. Of kunt zijn. Met angst en paranoia heb je uiteindelijk alleen jezelf.

En natuurlijk zijn er dingen waarover je écht niet positief kunt zijn, al doe je nog zo hard je best, maar realiseer je op zulke momenten dat je van iedere situatie iets leert. En dat je het leven iets gemakkelijker kunt maken door deze dingen van een positieve kant te benaderen. Het maakt je sterker, weerbaarder, voor eventuele tegenslagen die nog kunnen, en zullen, volgen. En wanneer de dingen dan toch weer op hun pootjes terecht komen, wanneer het zelfs, jaja, goed is gekomen, komt je vertrouwen langzaam terug. Je vertrouwen in jezelf, in anderen, in het leven en de wereld en bovenal; in positief denken.