Ik houd van Marokko, ik haat Marokko

Ik houd wel van Marokko, ik houd niet van Marokko. Ik houd wel van Marokko, ik houd niet van Marokko. Een land vol tegenstrijdigheden, zelfs binnenin mij kolken de wateren in verschillende richtingen en gevoelens druisen tegen elkaar in. Een lampje ging afgelopen weekend in mijn hoofd branden en scheen licht over de situatie, waarna ik tot de volgende, tweeledige constatering kwam.

Marokko is een mooi land. Erg mooi zelfs. Als je op vakantie gaat of even echt van je vrije tijd wilt genieten als je hier woont, heeft het land veel te bieden. Bergen, bossen, woestijn, grote steden, kleine dorpjes en zee, zon en strand. Wat voor type vakantie je voorkeur ook heeft, in Marokko komt iedereen aan zijn trekken.

Aan de andere kant, als je er woont, zijn toeristische vakantiegevoelens regelmatig ver te zoeken. In de grote stad, waar veel te veel mensen wonen met veel te weinig manieren, waar veel te veel auto’s rijden, veel te veel gaten in de weg zitten, veel te veel nare luchten je neus bereiken en veel te veel dingen teveel geld kosten terwijl het dat niet waard is en niet in de juiste verhouding staat tot de hoogte van de salarissen, raak ik soms best gefrustreerd. Dat maakt van Marokko geen minder mooi land, maar van het dagelijkse leven wel een ongezonde en stressvolle routine.

Afgelopen weekend stapte ik in Marrakech uit de auto. Toen ik vervolgens de weg overstak – correctie: over rende om auto’s, brommers en fietsen te ontwijken – en de medina inliep was ik de verrotte lucht die er hing en de smerige straten plotseling spuugzat. Ik voelde me daardoor zo ongemakkelijk dat ik een angst voelde voor de mensen om me heen, een constante dreiging. Ik zei nog tegen mijn vriendinnen: “Ik wil niet meer, ik wil terug naar Nederland!”

Eenmaal in de riad was ik snel weer gekalmeerd en toen we de riad weer verlieten om de stad te gaan ontdekken, was ik dat vervelende gevoel alweer bijna vergeten.

Het gekke was, dat het toeristengevoel weer de overhand nam en ik tot de ontdekking kwam dat ik mezelf na een klein jaar in Marokko heb getransformeerd tot strategisch onderhandelaar in de plaatselijke souks. Na vele malen goed afkijken bij mijn eigen Marokkaan, heb ik het afgelopen weekend de kunsten onafhankelijk weten toe te passen en ben ik een gezellige Marokkaanse kletsmajoor geworden. Afdingen dat ik doe! Je weet toch!

Ik smijt met Marokkaanse woorden en termen in het plaatselijk dialect alsof ik nooit anders gedaan heb. Verkopers in de souks vragen altijd waar je vandaan komt: “Fransawia? Englesia? Amerikana?” Nee, Hollandia jongens. Zo gauw als dat duidelijk was hebben meerdere soukmannetjes me gevraagd of ik dan toch echt niet ook Berberse roots heb bovenop mijn Nederlandse identiteit. Nee. Là. Maar ik voelde me wel gevleid door de opmerkingen, omdat het ergens toch betekent dat ik heb weten te integreren in Marokko. De moeite die ik doe werpt zijn vruchten af, het wordt zeer gewaardeerd en resulteert uiteindelijk in lagere prijzen voor mooie spulletjes. Ik was in mijn semi-toeristische nopjes.

Nu ben ik weer een “gewone” Casawia: na een stroeve en frustrerende autorit door de stad tijdens de spits, terug op het werk, waar de bebaarde trainer in mijn team me vandaag op chocolaatjes heeft getrakteerd. Saai zal het in Marokko nooit worden.