Boekrecensie: Eus – Özcan Akyol

Gisteravond zat hij bij De Wereld Draait Door en won de hele studio voor zich met zijn charme. Eddy Terstall regisseerde de trailer voor zijn boek en Joost Zwagerman en Robert Vuijsje dragen hem op handen. Programmamaker en journalist Teun van de Keuken noemt hem zelfs de Nederlandse Bukowski, óf Céline. Zijn debuutroman ‘Eus’ moet haast wel geweldig zijn, toch? ‘Eus’ is een semi-autobiografische schelmenroman. Dus is de hoofdpersoon ‘Eus’ net als de schrijver Özcan Akyol van Turkse komaf en woont hij in het Oosten van het land. Zijn vader Turis is een nare alcoholist die zich niet echt om zijn drie zoons bekommert. Het enige wat hij belangrijk vindt, is dat zijn jongens geld verdienen, zodat hij dat niet hoeft te doen. Dus als Eus van school voor het goede doel moet collecteren, ziet Turis dat als een manier om zelf geld te verdienen, zoals Eddy Terstall heel leuk heeft verfilmd in de boektrailer; Turis krijgt het zowaar voor elkaar om met gefingeerde rugklachten afgekeurd te worden, en loopt juichend over straat. Nu hij niet meer naar de fabriek hoeft om te werken, heeft hij meer tijd om te drinken en meer tijd om zijn zoons te terroriseren. Moeder doet haar best om haar zoons te beschermen, maar zelf gaat ze ook gebukt onder het onvoorspelbare gedrag van deze tiran. Aanvankelijk wil Turis dat zijn zoons gaan ‘studeren’, aan het MBO. Iets met economie. Daar kunnen ze rijk mee worden en het is goed voor zijn aanzien. Je zou dan ook verwachten dat hij trots is als Eus bij de Cito-toets hoog genoeg scoort om naar het atheneum...read more

Boekrecensie: Joop van den Ende, de biografie – Henk van Gelder

Publiciteit heeft de biografie van Van den Ende volop. Logisch, want het verhaal van het straatschoffie dat miljardair werd, spreekt tot de verbeelding. Maar een goed verhaal maakt nog geen goed boek, dus de grote vraag is nu, is deze biografie de moeite van het lezen waard? Het verhaal wordt chronologisch verteld, met af en toe een uitstapje naar het heden of verleden. Dus begint het boek in 1942, het jaar dat Johannes Adrianus van den Ende wordt geboren. Kleine Jopie was geen hoogvlieger, dus moest hij van zijn ouders naar de ambachtsschool. Als timmerman zou hij niet rijk worden, maar wel voor zijn familie kunnen zorgen. Rijk en succesvol worden was sowieso geen optie, want wie in die tijd voor een dubbeltje geboren was, zou nooit een kwartje worden. En iedereen legde zich daarbij neer. Joop echter niet. Hij wilde geen timmerman worden, maar entertainer. Als als klein jongetje regelde hij voorstellingen en hij ging aan de slag als conferencier. Op steun van zijn ouders hoefde hij niet te rekenen, die vonden de entertainmentindustrie maar niks. Alle mannen daar waren immers homo, dus dat was geen omgeving voor hun zoon. Joop luisterde naar zijn ouders, maar ook naar zijn eigen hart. Dus toen hij klaar was op de ambachtsschool, ging hij al decorbouwer aan de slag en werkte in zijn vrije tijd als conferencier en richtte een theaterbureautje op. Voor wie denkt dat het succes Van den Ende aan is komen waaien, is dit gedeelte in het boek het meest interessant. Joop van den Ende heeft namelijk keihard gewerkt. Maar ook echt hard. Zeven dagen per week, minimaal...read more

Boekrecensie: Prinses Paulina – Mark Traa

Prinses Paulina is een van de droevigste romans die ik onlangs heb gelezen. Droevig, maar ook mooi. Mark Traa baseerde zijn verhaal op waargebeurde feiten over het kleinste vrouwtje van Nederland die als kermisattractie door haar ouders door heel Europa gesleept werd. Mark Traa heeft ervoor gekozen om het verhaal vanuit het perspectief van de moeder van Paulina te schrijven, Maria. Ze wordt geboren in het kleine dorp Ossendrecht en weet al als klein kind hoe haar leven eruit zal komen te zien. Bij de nonnen zou ze leren huishouden en naaien, daarna zal ze met een jongen uit Ossendrecht trouwen en kinderen krijgen. Haar zoons zullen bij hun vader in de leer gaan, haar dochters zullen bij de nonnen leren huishouden en naaien, om vervolgens met een jongen uit het dorp te trouwen en kinderen te krijgen. Om eerlijk te zijn, vindt Maria dit vooruitzicht niet eens zo erg. Zo is de wereld nu eenmaal. En toen ontmoette ze Michiel, de zoon van de timmerman. Michiel wil niet in een klein kotje in Ossendrecht wonen, hij heeft grootse plannen voor zichzelf en Maria. Na twaalf jaar huwelijk en zes kinderen, wonen ze in een klein kotje in Ossendrecht en komen met moeite rond. En dan dient kind nummer zeven zich aan. Tijdens een februaristorm stort hun kleine huisje in en moeten ze noodgedwongen tijdelijk in een fabriekshal gaan wonen. Daar wordt de kleine Paulina Johanna geboren. Het is direct duidelijk dat er iets ‘mis’ is met hun jongste dochter. Ze is klein. Heel klein. Tegen alle verwachtingen in, blijft Paulina in leven. Als ze anderhalf is, is ze nog...read more

Hellend Vlak – Laura Broekhuysen

Soms zijn boeken zo mooi, dat je er weken over doet om ze uit te lezen. ‘Hellend vlak’ is zo’n boek. Sommige zinnen en alinea’s vond ik zo mooi, dat ik ze nog een keer las. En nog een keer. En nog een keer. Musici Wobke en Edward zijn om onbekende redenen met hun kinderschare in een IJslands fjord gaan wonen. Hun jongste kind en enige dochter Lidewijde, heeft fabelachtige oren en is zeer muzikaal. Het zou dan ook voor de hand liggen dat Liedewijde de muziek in gaat. Niets is echter minder waar, daar Wobke en Edward een nogal aparte opvoedstijl hebben. Hun zonen en dochter mogen alles, en moeten niets. Zo zullen ze uit zichzelf een moraal ontwikkelen, zonder dwang. En mooi idee, maar in de praktijk werkt het maar matig, ook al heeft Lidewijde een geweldige jeugd. Ze wordt op een liefdevolle manier geplaagd door haar verwarrende hoeveelheid broers (het kunnen er zes of zeven zijn, maar Lidewijde kan niet snel genoeg tellen om al haar beweeglijke broers mee te rekenen) en wordt verwend met de mooiste verhalen. Ook al is er geen school in de buurt, toch leert Liet een paar belangrijke lessen; – Iedereen heeft een boom die zuurstof voor je uitademt. Als je te ver uit de buurt bent bij jouw boom, heb je geen zuurstof en ga je dood. Gelukkig zijn haar broers niet te beroerd om uit te leggen hoe ver ze precies bij haar berk uit de buurt kan komen, zonder te stikken. -De loerende adelaar is gevaarlijk, want hij kan je grijpen. – De kwade vrouw Grýla komt uit...read more

Indrukwekkend realistisch: Koffer uit Berlijn – Kristine Groenhart

Nico Groenhart is in 1943 een jonge student aan de TU Delft als hij een keuze krijgt. Of hij tekent een loyaliteitsverklaring aan Nazi-Duitsland en mag door studeren, of hij tekent geen loyaliteitsverklaring en wordt naar Duitsland gestuurd om daar te werken als dwangarbeider. Ruim twee jaar verblijft hij in Berlijn. Verschillende organisaties roepen de studenten op niet te tekenen, uit verzet. Als blijkt dat de vaders van de studenten die niet tekenen worden opgepakt, besluit Nico alsnog te tekenen, zodat zijn vader veilig is en hij zijn studie voort kan zetten. Helaas tekent hij te laat en wordt hij begin mei 1943 naar Berlijn gebracht om daar als dwangarbeider in de oorlogsindustrie te werken. In het begin houdt hij goede moed. Hij woont met andere studenten in een barak, zelfs zijn goede vrienden Aad en Theo zijn bij hem. De jonge mannen doen hun best om goed geluimd te blijven en werken hard in de fabriek. Ook al zijn ze te werk gesteld, ze hebben redelijk wat vrijheid. Ze mogen gewoon met het thuisfront schrijven (wat dan ook veelvuldig gebeurt) en ze ontvangen regelmatig pakketten vanuit Nederland met kleding en etenswaar. Ook mogen ze na gedane arbeid Berlijn in. De jongens bezoeken theaters en musea, organiseren een feest een debatteren geregeld om hun geestelijke gezondheid op peil te houden. Goed, af en toe wordt een bijeenkomst onderbroken door een luchtalarm en zitten ze de hele nacht in een schuilkelder, maar over het algeheel genomen is de eerste periode in Berlijn -ondanks het zware fysieke werk- goed te doen. Echter, naarmate de maanden vorderen en Berlijn steeds vaker gebombardeerd...read more