08-03-2012 | Sekse
Dingen zijn zelden overduidelijk goed of fout. ‘Mijn meneer’ is een geweldig goed verhaal over de ambivalente relatie tussen een elfjarige jongen en een volwassen man. Of om alle eufemismen weg te laten; ‘mijn meneer’ is een intens verhaal over pedofilie. De elfjarige Ted heeft het zwaar. Toen hij acht was, is zijn vader overleden, hij wordt op school gepest en het lukt hem niet echt om contact te leggen met leeftijdsgenootjes. Veel liever praat hij met volwassen mensen, maar zij willen op hun beurt niet horen wat een kind te zeggen heeft. De enige met wie Ted een band lijkt te hebben, is Maria. Hij schrijft haar brieven en vertelt haar dingen die hij met niemand anders kan delen. Als je immers niet met de moeder van Jezus kunt praten, met wie dan wel? Vlak bij het bos staat een mariabeeldje in een soort vogelhuisje en Ted stopt daar vaak om even bij Maria te kijken. Het is dan ook daar dat hij meneer Timmermans voor het eerst ontmoet. Meneer Timmermans is anders dan de andere volwassenen. Hij heeft onthouden dat Ted tweede werd bij de tekenwedstrijd en hij luistert echt naar hem. Als Ted er tijdens het brood bezorgen op zaterdagochtend achter komt dat meneer Timmermans een grote garage heeft met daarin treintjes en lego, vind hij meneer Timmermans nog boeiender. En zo ontstaat er langzaam een bijzondere vriendschap. Elke zaterdag gaat Ted naar zijn meneer toe, en samen bouwen ze een kasteel van lego, of ze tekenen. Meneer Timmermans is namelijk reclametekenaar en kan dus nog beter tekenen dan Ted. Ze zijn vrienden, echte vrienden. En...read more
25-01-2012 | ... en alles
Het debuut van de jonge Niels Gerson Lohman (1985) smaakt naar meer, veel meer. In deze coming of age roman lees je hoe Mos Lupin volwassen wordt, of probeert te worden althans. Het leven van de jonge Mos is behoorlijk overzichtelijk. Hij heeft een grote broer, Beer en woont samen met hem en hun ouders in een geweldig huis aan de Keizersgracht. Papa is lang en stil, mama is klein en driftig. Zijn vader heeft in huis zijn kantoor, en naast het kantoor is de speelkamer van Mos en Beer. Zijn leven is simpel en gelukkig. Maar het leven blijft nooit hetzelfde, ook niet voor de jonge Mos. Omdat het huis aan de Keizersgracht veel te groot is (volgens zijn moeder, Mos zelf vond het prima), verhuizen ze naar Bussum. Mos wil op voetbal, maar moet op hockey. Eigenlijk vind hij Bussum niet zo leuk. Zijn vader denkt er net zo over, want hij blijft steeds vaker door de week in Amsterdam. En ook in de weekenden. Tot zijn moeder zegt dat hij helemaal niet meer terug hoeft te komen. En toen waren er nog maar drie. Mos, Beer en hun moeder. Ze verhuizen terug naar Amsterdam en het leven gaat haar gangetje. Tot Mos moet zien te ontdekken wie hij is zonder Beer, zonder zijn moeder en zonder zijn vader. Als jonge volwassene reist hij af naar het Filipijnse eiland Siquijor, waar hij bevriend raakt met mensen die net als hij niet zozeer zijn op zoek naar iets, maar eerder op de vlucht voor de werkelijkheid. In coming of age romans zijn kinderen vaak verbazingwekkend volwassen. Mos Lupin...read more
19-01-2012 | ... en alles
Het lezen van eerdere boeken van Toon Tellegen (Het wezen van de olifant en Juffrouw Kachel) zorgde bij mij voor kleine geluksmomenten. Zijn nieuwe dierenroman – Het geluk van de sprinkhaan – maakte me lyrisch. De dierenromans van Toon Tellegen zijn geschikt voor jong en oud. Voor kleine kinderen zijn het gewoon grappige verhaaltjes over dieren, voor volwassenen staan de boeken bomvol met metaforen over het echte leven. Zo kun je ‘het geluk van de sprinkhaan’ op verschillende manieren lezen. Maar in de eerste plaats is het een boek over een sprinkhaan. Met een winkel. In deze winkel verkoopt de sprinkhaan alles, behalve de zon, de maan en de sterren. Maar verder echt alles. Zo komt de verlegen bladluis wat schaamteloosheid kopen en plots is hij de grote bladluis, die ongevraagd zijn mening geeft, schreeuwt, springt en zich nergens voor schaamt. Tot de schaamteloosheid op is. Want dat doet de sprinkhaan wel, hij verkoopt alles, maar vaak maar in kleine porties. Zo verkoopt hij maar kleine hoeveelheden weemoed en verdriet, want als je daar te veel van hebt, is het geen weemoed of verdriet meer, maar gewoon pijn. En pijn verkoopt de sprinkhaan liever niet. Wel verkoopt hij geluk. Kopjes thee, schoenen, sokken, stofjassen, tuinen, kasten die van binnen op slot kunnen, nieuwe leestekens, zeepbellen, groeten en nog veel meer. Alles. Een slimme klant besloot zelfs de complete winkel te kopen, en toen was de sprinkhaan opeens geen winkelier meer. Gelukkig was de hele winkel te zwaar voor de korenkniptor en kreeg de sprinkhaan zijn winkel weer terug. Elk hoofdstuk kan als een afzonderlijk verhaal gelezen worden. Er zitten mooie verhalen...read more
16-01-2012 | ... en alles
Over de Tweede Wereldoorlog zijn enorm veel indrukwekkende boeken geschreven. Stijn van der Loo levert met ‘Slopers’ een geweldig en meeslepend boek af over de ogenschijnlijk saaiere periode na de Tweede Wereldoorlog; de wederopbouw. De gebroeders Pek hebben een bedrijf in sloop- en terrazzowerkzaamheden. Vlak na de oorlog valt er genoeg te slopen maar het lukt de broers maar net om henzelf en hun personeel aan het werk te houden. De naamloze hoofdpersoon is de jongste broer Pek, en ook al staan beider namen op de gevel, hij is de geen die het bedrijf draaiende probeert te houden, terwijl de oudste Pek liever grietjes regelt en zeurt om geld voor bloemen en cadeautjes voor zijn meisjes. Het is dan ook geen verrassing dat de jonge en serieuze Pek vaak het gevoel heeft dat hij beter af was geweest als enig kind – een heftige constatering waarmee Van der Loo de roman opent. Naarmate het verhaal vordert, denk je steeds terug aan deze zin en geef je de jonge Pek haast gelijk, echter is zijn grote broer zo’n charmeur, dat je hem al snel in je hart sluit, ook al werkt hij onvoldoende mee in het bedrijf en lijkt hij niet in te willen zien wat er allemaal moet gebeuren om het bedrijf draaiende te houden. Het personeel van de gebroeders Pek bestaat uit twee man, een pony en de zwakzinnige Tinus, die ze gratis bij de pony kregen. Slopers Vollemondt en Volcker kunnen slopen als geen ander, maar elk hebben ze hun eigenaardigheden die het werk van de gebroeders Pek soms wat moeilijker maakt. Maar toch werkt het op...read more
12-01-2012 | ... en alles
In 2009 verscheen ‘Door mijn schuld’ een sterk geschreven ‘Ididit’ van Désanne van Bredrode, waarin een man een moord bekend. In ‘Stille zaterdagen’ sterft er ook direct iemand, maar daarmee houdt elke vergelijking op. Sara Mijland is dood. Op de zaterdag voor Pasen loopt ze onder een auto, op klaarlichte dag. Sara was een opvallende vrouw. Geboren in een streng protestants gezin, lukt het Sara om zich te ontworstelen aan de strenge familiebanden en gaat studeren. Ze komt per toeval in de politiek terecht, bij een kleine religieuze partij, en schopt het tot Burgemeester van Amsterdam. Het is dan ook in die hoedanigheid dat ze Maurice Benders leert kennen. Op diezelfde stille zaterdag waarop Sara Mijland een fataal ongeluk krijgt, zit Maurice Benders alleen thuis, omdat zijn vrouw en zoon zonder hem op vakantie zijn. Niet alleen mist hij zijn familie, maar ook Sara. Hij is drie jaar lang bevriend met haar geweest, maar hij heeft de vriendschap verbroken en Sara verzocht nooit meer contact met hem op te nemen. Sara houdt zich helaas aan de afspraak, en hij mist hun contact enorm. Zij heeft hem ooit ingehuurd als kunstadviseur, omdat de wanden van het gemeentehuis wel weer iets spannends konden gebruiken. Al snel groeide hun zakelijke contact uit tot een diepe band, tot liefde zelfs. Maar ze kunnen er niets mee doen, zowel voor de protestantse Sara als de katholieke Maurice is overspel geen optie. En zo delen ze drie jaar lang alles, behalve speeksel en andere lichaamssappen. Stille zaterdag begon voor mij veelbelovend. Een vrouw loopt op klaarlichte dag onder een auto. Zomaar. Dan blijkt dat de...read more