Ziek in de kop

Ik werd tijdens het hardlopen staande gehouden door een meisje op een vouwfiets. “Wat is de kortste route naar het ziekenhuis?” vroeg ze. Ik keek naar haar. Ze was rond de twintig en had een grote verzameling bloedrode krassen in haar hals en op haar bovenarm. “Jezus,” zei ik “gaat het?” “Ja hoor,” was haar niet erg overtuigende antwoord. “Wat is er gebeurd?” “Dat heb ik zelf gedaan.” Ik tastte in mijn zakken. “Ik heb geen telefoon bij me,” zei ik. “Ik wel,” zei ze en ze gaf me haar telefoon. “Laten we de huisartsenpost bellen,” stelde ik voor. “Dat heb ik al geprobeerd maar die willen me niet helpen. Want ik ben ziek in de kop.” Ze keek erg droevig. Ik keek van links naar rechts de straat in, alsof ik daar de oplossing zou vinden. “Zeg me nu maar hoe ik bij het ziekenhuis kom,” zei ze droevig. “Is er iemand die ik voor je kan bellen?” probeerde ik. “Nee. Ik woon hier niet. Ik logeer bij iemand.” “En die kan je niet helpen?” “Nee, die slaapt nog. En wil me niet helpen. Ik ben ziek in de kop.” Er stonden tranen in haar ogen. Ik keek naar haar telefoon, en weer de straat af. Ik wist niet goed hoe ik haar kon helpen. “Als je de weg naar het ziekenhuis niet weet, dan vraag ik wel iemand anders.” “Oké,” zei ik toen, “naar welk ziekenhuis moet je?” en ik wees haar de weg. Ze stapte op en fietste weg. Ik begon weer te hollen maar had direct spijt. Het was minstens twintig minuten fietsen naar het...read more

Hoe lang kun jij zonder internet?

Ik ben een paar dagen voor een conferentie in Milton Keynes. Milton Keynes is het Almere van Engeland: een stad bedacht in de jaren 60 zonder enige uitstraling of historie. De stad heeft geen centrum maar bestaat uit een aantal verspreid liggende dorpen. In een van deze dorpen, Woughton on the Green, is mijn Bed & Breakfast met de sprookjesachtige naam ‘The Apple Tree House’ gesitueerd. Woughton on the Green is een prachtig, uitgestrekt, groen dorp waar je veel vogels hoort fluiten. Mike en Sheila, de eigenaren van de Apple Tree House, heetten mij zaterdagavond welkom en lieten me mijn sfeervolle kamer zien. Ik was enigszins voorbereid op de ontdekking dat er geen draadloos internet was maar moest toch even slikken. Een paar dagen op een kamer zonder internet; kan ik dat overleven? Twee journalisten van NRC Next hebben geprobeerd een week te functioneren zonder Google. Dat bleek erg lastig: ze konden hun e-mail niet lezen, hun agenda niet inzien, geen informatie zoeken, en misschien nog wel het lastigste: geen Google Maps gebruiken. Ik ben ook akelig aangewezen op Google. Sterker nog, Google heeft ervoor gezorgd dat ik heel veel toepassingen online gebruik: e-mail, agenda, documenten, maps, nieuws en fotoalbum. Om nog maar te zwijgen van YouTube en mijn weblog op blogspot. Allemaal van Google. Geen toegang tot internet hebben betekent voor mij dus veel meer dan niet op Facebook, Twitter en nu.nl te kunnen kijken; voor vrijwel alles wat ik zou willen doen op mijn computer heb ik internetverbinding nodig. En dus begon ik, toen ik zondagmiddag tijdelijk wel internetverbinding had, wanhopig alle informatie te downloaden die ik...read more

Ik vind mijn buurvrouw lui omdat ze niet werkt. Wat vind jij?

Mijn buurvrouw werkt niet. Ze zit thuis en doet niets. Ja, het huis poetsen en de was ophangen en telefoneren met vriendinnen. Ze heeft twee kinderen waarvan de oudste al op de middelbare school zit. Ik vind mijn buurvrouw lui omdat ze niet werkt. Als je niet werkt, ben je lui, toch? Of gaat dit niet altijd op? Stel dat je drie kinderen hebt waarvan één meervoudig gehandicapt. Dan kan ik me wel voorstellen dat jij of je partner thuis blijft om voor je kinderen te zorgen. Of stel dat je vier kinderen hebt en vrijwilliger bent voor de dierenambulance. Heel nobel; vrijwilligerswerk is immers ook werk. Of stel dat je partner tachtig uur per week werkt en jij staat thuis alleen voor de opvoeding van je drie kinderen. Dat laatste is de situatie van Barbara Bos-Bos (ze heet zelf Bos en is getrouwd met Wouter Bos). Cisca Dresselhuys beweerde bij Pauw en Witteman dat Barbara niets doet en thuis zit. (Ik kan me moeilijk voorstellen dat dat waar is: succesvolle mensen hebben vaak succesvolle partners, en daar past een luie huisvrouw niet tussen.) Afgezien van een stressvolle thuissituatie kunnen er nog meer redenen zijn om niet te werken. Stel dat je zo’n slechte opleiding hebt dat je de keuze hebt tussen een schoonmaakbaan, lopendebandwerk of thuis zitten. Wat doe je dan? Ik denk dat ik altijd iets zou willen doen, ook al is het dan drie ochtenden in de week achter de kassa zitten bij Albert Heijn. Maar wat nu als de kinderopvang voor die drie ochtenden meer kost dan wat jij verdient bij Albert Heijn? Ik word...read more

Leon de Winter: Het Recht op Terugkeer

Waar begin ik mijn korte samenvatting van Het Recht op Terugkeer? In 2024, omdat het eerste deel van het boek zich in dat jaar afspeelt? Of in 2004, omdat dat van de in het boek beschreven periodes chronologisch het eerst komt? Of misschien zelfs in 1971, als de hoofdpersoon Bram Mannheim geboren wordt? In 2004 woont Bram (Abraham) samen met zijn vrouw Rachel en zijn zoontje Bennie in Tel Aviv. Bram is wetenschapper, net als zijn vader Hartog. Behalve dan dat zijn vader een vooraanstaand chemicus en nobelprijswinnaar is en Bram een historicus, gespecialiseerd in de geschiedenis van het Midden-Oosten. Hij krijgt een mooie baan aangeboden in de Verenigde Staten en verhuist in 2008 met Rachel en Bennie naar Amerika. Als vader is Bram uiterst bezorgd. En met hem de lezer van het boek, want op de flaptekst hebben we al kunnen lezen dat Brams zoontje Bennie op een dag verdwijnt. De aanloop naar deze verdwijning en de paniek die bij Bram uitbreekt op het moment dat hij zijn zoontje mist, zijn ontzettend spannend en ontroerend beschreven. Na de verdwijning van Bennie wordt het Bram allemaal te veel. Hij begint een bizarre zoektocht waarbij hij zich laat leiden door allerlei getallenlogica – die alleen in zijn hoofd bestaat. Uiteindelijk keert hij terug naar Tel Aviv, waar hij bij zijn vader intrekt en vrijwilliger wordt bij de ambulancedienst. Zijn werk als wetenschapper kan hij niet meer uitvoeren. We springen naar 2024. Israel is een kleine, zwaarbewabende stadstaat geworden waar de vergrijzing heeft toegeslagen. Jonge mensen “nemen massaal de bocht” naar het rijke Polen of Rusland. Brams vader Hartog leeft nog...read more

PinkBullets vakantieboek: “Extreem Luid en Ongelooflijk Dichtbij”

Ik was al een tijdje geïntrigeerd door de kaft van Extreem Luid en Ongelooflijk Dichtbij van Jonathan Safran Foer, steeds als ik het in de Bruna op het station zag liggen. Dus toen ik toe was aan een nieuw boek, heb ik het snel gekocht. Het boek gaat over de negenjarige Oskar, een nogal vroegwijs (zeg maar gerust hoogbegaafd en licht autistisch) jongetje in New York dat naar eigen zeggen “uitvinder, sieradenontwerper, amateur-entoloog, Francofiel, veganist, origamist, pacifist, slagwerker, amateur-astronoom, computerdeskundige, amateur-archeoloog, verzamelaar van: zeldzame munten, vlinders die een natuurlijke dood zijn gestorven, miniatuurcactussen, Beatles-memorabilia, halfedelstenen en nog veel meer” is. Oskar heeft zijn vader verloren tijdens de aanslagen van 11 september en kan het verlies maar moeilijk verwerken. Zijn moeder praat niet veel, maar heeft intussen wel een nieuwe vriend en zijn klasgenootjes vinden hem maar vreemd. Zijn oma woont aan de overkant van de straat en met haar heeft Oskar een bijzondere band. Op een dag vindt Oskar tussen de spullen van zijn vader een vaas met daarin een envelop waar een sleutel in zit. Op de envelop staat “Black” geschreven, met rode pen. Oskar besluit uit te zoeken welk slot bij de sleutel hoort, in de hoop meer te weten te komen over wat zijn vader bezighield. De zoektocht door New York die volgt is redelijk bizar, niet op zijn minst doordat hij door een negenjarige wordt beschreven. Al snel ontdekt Oskar dat ‘Black’ een naam moet zijn. Immers, vertelde de mevrouw van de knutselwinkel hem, als mensen een gekleurde pen uittesten schrijven ze de naam van die kleur op (“rood” dus, in Oskars geval) en niet...read more